De ontwikkeling van een couveusekindje

Redactie 6 jun 2018 Baby

Couveusekinderen hebben een moeilijkere start dan kinderen die meteen met mama en papa mee naar huis mogen. De onzekere en vaak zorgelijke periode waarin een pasgeboren couveusekind zijn eerste levensweken of -maanden doorbrengt, kunnen gevolgen hebben voor de rest van zijn leven. Gelukkig zijn er in de meeste gevallen geen blijvende gevolgen, toch zijn er couveusekinderen die wél met problemen kampen.

Het POPS-onderzoek is op dit moment een van de belangrijkste informatiebronnen voor mensen die geïnteresseerd zijn in hoe te vroeg of te licht geboren kinderen zich in het algemeen ontwikkelen vanaf hun geboorte tot circa tien jaar oud. POPS is de Engelse afkorting van 'Project On Preterm and Small for gestional age infants' ofwel 'onderzoek naar te vroeg en te licht geboren kinderen'.

Handicap

Hoe vroeger het kindje geboren is, hoe groter de kans op een handicap. Het gewicht doet er niet echt toe. Een klein kindje dat na 29 weken geboren is, is bijvoorbeeld beter af dan een groter kindje dat al met 27 weken ter wereld kwam. Naast het tijdstip van geboorte zijn er andere factoren die de kans op een gehandicapt kindje vergroten. Let wel: dit zijn indicaties; niet ieder kindje die met onderstaande dingen te maken krijgt, is ook daadwerkelijk gehandicapt.

  • De moeder had voor de zwangerschap al een ziekte of afwijking. Bijvoorbeeld: epilepsie, suikerziekte of een schildklierafwijking.
  • Het kind heeft ernstige neurologische afwijkingen (afwijkingen in de hersenen en het zenuwstelsel).
  • Het kindje is in de couveuse extreem lang beademd.
  • Het kindje heeft in de eerste week stuipen gehad.
  • Het is kindje is een jongetje. Jongetjes zijn iets zwakker dan meisjes en worden ook vaker te vroeg geboren.

Zenuwstelsel

Het zenuwstelsel van te vroeg geboren kinderen is later rijp dan dat van op tijd geboren kinderen. Kinderen met een kleine afwijking in de neuromotoriek zijn niet gehandicapt. Ze zijn wel meer kwetsbaar doordat ze soms wat onhandiger zijn. Ze laten sneller iets vallen, struikelen meer en botsen vaker ergens tegenop. Hiermee lopen ze het risico later gepest te worden op school en wanneer er geen begrip is voor deze kleine afwijking zal het vaker gestraft worden. Helaas is die onhandigheid meestal niet hun enige probleem: ze kunnen zich vaak wat minder goed concentreren, hebben problemen met hun ogen en hebben moeite met hun geestelijke ontwikkeling en spraak/taal ontwikkeling. Door een paar van deze kleine problemen bij elkaar kunnen kinderen zich ongelukkig gaan voelen en een natuurlijk gevolg daarvan is dat ze misschien dwars gaan liggen en niet meer goed kunnen functioneren. Wanneer de ouders en uiteindelijk de leerkrachten op school veel aandacht en geduld op kunnen brengen, kan voorkomen worden dat het kind in een neerwaartse spiraal terechtkomt.
De volgende punten kunnen ouders wijzen op een licht neurologische afwijking. Wat precies een normale ontwikkeling is is te vinden in het groene Groeiboek. Dit boek krijgen alle ouders bij het consultatiebureau.

  • Als het kindje een paar maanden na de geboorte één of twee handjes nog steeds in een vuistje houdt en dit vuistje nauwelijks of niet beweegt.
  • Wanneer het kindje duidelijk later dan normaal gaat draaien, zitten, kruipen, lopen, hinkelen etc.

Grootte

Een couveusekindje zou op vijfjarige leeftijd ongeveer net zo groot moeten zijn als de op tijd geboren leeftijdgenoten. Soms blijven ‘couveusekinderen’ wel mager, maar dat komt vaak doordat ze minder goed eten en of omdat ze vaak ziek zijn.

Hersenen

Ongeveer 30% van te vroeg geboren kinderen krijgt een hersenbloeding. Gelukkig leidt dit bij slechts een klein deel van hen tot problemen. De technische mogelijkheden zijn nu zo ver ontwikkeld, dat bij te vroeg geboren kinderen heel nauwkeurig kan worden vastgesteld of er sprake is geweest van een hersenbloeding of Ischaemie. Wanneer een kind voor de leeftijd van één jaar al een duidelijke voorkeur heeft voor rechts of juist links kan dit duiden op een hersenbeschadiging. Ga dan, om alle twijfel weg te nemen, naar een kinderarts.

Oren

Bijna één op de zeven POPS-kinderen kan minder goed horen dan normaal. Soms hebben ze aan één oor problemen, soms aan beide oren. Door oorontsteking zit er vocht achter het trommelvlies en waardoor het gehoor slechter is. Het kan ook zijn dat het trommelvlies door steeds terugkerende oorontstekingen is ingetrokken of ingescheurd. Dit probleem komt ook bij op tijd geboren kinderen voor, maar te vroeg geborenen zijn vatbaarder voor verkoudheden en andere ziektes aan keel, neus en oren. In de praktijk blijken te vroeg geboren kinderen de gehoortest op het consultatiebureau vaak te vroeg of juist te laat te krijgen. Zorg ervoor dat de gehoortest gedaan wordt wanneer het kind acht à negen maanden oud is. Als de uitslag niet in orde is hoor je direct doorverwezen te worden naar een KNO-arts. Onnodige problemen kunnen daarmee worden voorkomen.

Zelf testen

Voordat de gang naar kinderarts of neuroloog wordt gemaakt, kunnen ouders zelf ook een aantal testjes doen.

  • Vanaf een maand of zeven beginnen baby's hun hoofd naar geluid te draaien. Je kunt zelf uitproberen of de baby dat doet door bijvoorbeeld met een rammelaar achter de baby te gaan staan of de baby te roepen. Als de baby steeds maar niet reageert is het verstandig om naar een KNO-arts te gaan.
  • Wanneer baby's een normaal gehoor hebben beginnen zij rond de acht maanden te brabbelen. Dove of zeer slechthorende kinderen worden dan juist stiller. Dus wanneer een te vroeg geboren baby niet gaat brabbelen is het heel belangrijk dat het nagekeken wordt door kinderarts of KNO-arts.

Ogen

Zo'n 20% van de POPS-kinderen kijkt scheel. Wanneer een baby te vroeg geboren is zijn de bloedvaatjes in het netvlies van de oogjes nog niet volledig ontwikkeld. Te vroeg geboren baby's hebben vaak last van bloeddruk-schommelingen en zo kan er schade ontstaan in de oogjes. Meestal is dit geen ernstige schade, maar het kindje ziet er soms wat minder door. Het ene oogje is meestal beter dan het andere, hierdoor trekken de oogjes soms scheel. Scheelzien is meestal makkelijk te behandelen. Het beste oog wordt met een pleister afgeplakt zodat het minder goede oog wordt gedwongen om beter te kijken. Wanneer alles goed gaat, gaat het oog daardoor recht staan. Afplakken heeft het meeste effect als het kindje tussen de zes en de twaalf maanden is. Volg de adviezen van de oogarts goed op.

Spraak en taal

Eén op de drie POPS-kinderen heeft op vijfjarige leeftijd een taalachterstand. De taalachterstand is bij de meeste kindjes heel klein. Ze kennen te weinig woorden voor hun leeftijd en ze hebben bijvoorbeeld wat moeite met het van zinnetjes met 'omdat'. Voor de kinderen is het lastig wanneer ze naar school gaan. Ze begrijpen wat minder van wat de leerkracht zegt en kunnen daardoor minder goed meekomen. Wanneer je als ouder alert bent kan deze taalachterstand makkelijk voorkomen worden. Kinderen van ouders die regelmatig voorlezen en veel met de kinderen praten, ontwikkelen minder vaak een taalachterstand dan kinderen waarvan de ouders nooit voorlezen of weinig met de kinderen praten. Door goed te oefenen met het kind al voor het naar de basisschool gaat kun je een taalachterstand voorkomen. Een logopedist kan hier eventueel bij helpen.

Longen

Wanneer een te vroeg geboren baby veel en te lang extra zuurstof nodig heeft gehad, kan dit de longen blijvend beschadigen. Soms blijft nog maar de helft van de longcapaciteit over. Dit heet Bronchopulmonale dysplasie (BPD). Kinderen met BPD hebben meer luchtwegproblemen zoals verkoudheid, bronchitis en astma. BPD beïnvloedt ook de groei omdat deze baby's via sondes gevoed zijn en beademd. Zij hebben hierdoor niet goed leren zuigen en slikken. Ze eten dus slechter, ze groeien daardoor niet goed en hebben minder weerstand. Bovendien hebben ze door alle nare ervaringen een hekel aan alles wat met hun mond te maken heeft. Baby's met BPD moeten hierin gestimuleerd worden. Een ergotherapeut kan daar goed mee helpen.

Gedragsproblemen

Uit onderzoek blijkt dat kinderen met een te licht geboortegewicht vaker gedragsproblemen hebben dan kinderen met een normaal gewicht. Meestal hebben ze in de baarmoeder te weinig zuurstof gehad, waardoor het zenuwstelsel een beetje is aangetast en dat heeft effect op hun gedrag. Ook een kindje dat slecht hoort en niet goed praat gaat sneller zeuren of huilen. Slaaptekort bij kindjes die het bijvoorboorbeeld vaak met benauwdheid kampen, veroorzaakt prikkelbaar gedrag. Natuurlijk hebben deze kindjes ook genoeg traumatische ervaringen uit hun couveusetijd te verwerken. Ervaringen als; felle lampen, uitgestrekt liggen, veel pijn van nieuwe sondes en de prikken. Om de kans op gedragsproblemen te verminderen houden artsen en verpleegkundigen steeds meer rekening met het kindje in de couveuse. Ze leggen de baby's op een waterbedje of op een stukje schapenvacht en proberen de baby zo weinig mogelijk te storen. Ook wordt vaak een doek over de couveuse gehangen tegen de felle lampen. Voor hulp bij gedragsproblemen kun je altijd terecht bij huisarts of consultatiebureau.

School

Uit onderzoek onder couveusekinderen is gebleken dat een deel van hen op school moeilijkheden krijgt. Gelukkig kunnen een heleboel problemen voorkomen worden, wanneer je al vroeg aandacht aan de ontwikkeling van je kindje besteedt. Veel voorlezen en praten met je kindje dus. Op vijfjarige leeftijd had 8% van de meisjes en 17% van de jongens problemen op school. Dit door te weinig concentratie, opdrachten die slecht begrepenwerden en verlegenheid of juist te druk zijn. 12% ging naar een school voor speciaal onderwijs. Dat is 10 keer meer dan het percentage op tijd geboren kinderen dat op 5 jarige leeftijd naar speciaal onderwijs gaat. Uit vervolgonderzoek blijkt dat bijna 20% speciaal onderwijs volgt. Van alle kinderen in Nederland volgt op hun 9e zo'n 6,5 % speciaal onderwijs. Ruim 30 % van vroeg geboren kinderen zit minstens een groep te laag. Van op tijd geboren kinderen is dat 10%. Van de 30% heeft meer dan de helft extra hulp nodig (Remedial teaching) Van de kinderen die wel in de bij hun leeftijd horende groep zitten krijgt ruim een kwart Remedial teaching. Conclusie: De grote meerderheid van te vroeg geboren kinderen heeft extra hulp nodig. Vaak worden problemen van deze kinderen te laat onderkend. Wees als ouder zeer alert, dring aan op hulp en extra aandacht van de leerkracht. Zonodig kan een kind getest worden.

Reageer op artikel:
De ontwikkeling van een couveusekindje
Sluiten