Redactie
Redactie Ontwikkeling 7 jun 2018

Tijdsbesef van 3-4 jaar

Het verloop van een dag, maand of jaar begrijpen is voor kleine kinderen hocus pocus. Maar vanaf welke leeftijd krijgt je kind dan tijdsbesef en hoe stimuleer je deze vaardigheid? Wij leggen het je uit.

Je kind snapt inmiddels iets beter dat dingen rond een bepaalde tijd gebeuren. Zo weet hij bijvoorbeeld dat hij na het eten gaat tandenpoetsen, maar echt tijdsbesef heeft je peuter nog niet. Zeggen dat we ‘straks’ op pad gaan, heeft dus ook geen zin. Je kunt beter zeggen: “Als we onze boterham op hebben, trekken we onze schoenen aan en gaan we naar de stad.” Zo weet je peuter precies wat hem te wachten staat.

Tijd draait voor je peuter nu vooral om bepaalde momenten, zoals een verjaardag, Kerst of zomer. Dit leert hij ook door de mensen om hem. Tijd is nog te abstract voor je peuter. Grappig is dat je peuter nog heel egocentrisch denkt, dus alle tijd gerelateerde verhalen gaan over zichzelf.

Hoe stimuleer je tijdsbesef?

  • Lees boeken voor over tijd, zoals ‘Welterusten maan’ waarbij je de dag goed afsluit voor je peuter.
  • Houd samen met je kind een boekje bij van leuke dingen die hij heeft gedaan. Hij kan er in tekenen en foto’s plakken. zo kan hij later zien wanneer hij wat heeft gedaan en dit in chronologische volgorde zetten.
  • Koop een nephorloge voor je kind. De meeste peuters vinden het prachtig om op hun klokje te kijken en bijvoorbeeld te zeggen ‘papa is te laat voor het eten’. Het helpt in het proces van klok leren kijken en gebeurtenissen goed indelen op een dag.

Ook weten hoe tijdsbesef zich ontwikkelt op andere leeftijden? Bekijk tijdsbesef bij 0-2 jarigen en 5-6 jarigen.

Reageer op artikel:
Tijdsbesef van 3-4 jaar
Sluiten