10 opvoedfouten bij je peuter

Redactie 6 jun 2018 Opvoeden

Peuters hebben een sterke eigen wil en houden van het woordje ‘nee’. Omdat je geen zin hebt in een gillende peuter geef je hem snel zijn zin, maar is dat de oplossing? Hoe voorkom je een krijsende peuter die geen voet meer wil verzetten? Lees hieronder de 10 peuter don’ts!

Don’t 1: ‘Nee’, je mag niet…!

Je peuter een verbod opleggen door ‘nee’ tegen hem te zeggen, zorgt voor frustratie en woede. Voor peuters betekent nee zeggen het wegnemen van wat hij wilde doen. Vermijd dus het woordje ‘nee’ en leg je kind uit waarom hij bepaalde dingen beter niet kan doen. Zeg dus bijvoorbeeld niet: Nee, je mag niet op de trap spelen. Maar leg uit dat het geen fijne plek is om te spelen, want als hij valt dan doet dat veel pijn. Stel vervolgens een andere plek voor om te spelen, zo laat je zien dat hij wel mag spelen, alleen niet daar.

Don’t 2: Strijd ‘wie is hier de baas?’

Ga geen discussie met je kind aan over wat er wel of niet mag of gaat gebeuren. Jij bent de ouder en dus degene met de controle. Stel de regels duidelijk voor je peuter op en hou je eraan. Je kind heeft juist behoefte aan grenzen en regels. Hij zal misschien in het begin wat tegen sputteren maar vindt het fijn om grenzen gesteld te krijgen. Herinner hem op een duidelijke toon aan de regels die gelden wanneer dit nodig mocht zijn. De autoriteit in je stem zal hem kalmeren.

Don’t 3: Motto: eet gewoon wat de pot schaft

Een uitdrukking als deze zegt een peuter niets. Hij snapt niet wat je ermee bedoelt en snapt dus echt niet waarom hij moet zijn bordje moet leeg eten. Leg uit waarom hij moet eten wat er op zijn bordje ligt. Eten is nodig om energie op te doen en daar word je groot en sterk van. Vertel ook hoeveel hapjes hij nog moet nemen en tel ze als hij ze eet, zo weet hij wanneer hij bijna klaar is. Door jouw uitleg begrijpt je peuter wat er van hem wordt gevraagd en zal hij zich er eerder aan houden.

Don’t 4: Vragen wat je peuter ‘s ochtends aan wil

Door je peuter de volledige controle te geven over wat hij aan wil die dag, geef je hem teveel verantwoordelijkheid. De kans is groot dat hij alles aan wil en minstens drie keer van gedachten verandert. Als je peuter aankleden een drama is, kun je er wel voor kiezen om je peuter een beperkte keuze te geven. Laat hem kiezen tussen twee outfits. Zo heeft hij het idee dat hij alsnog de controle over de situatie heeft en ben jij blij dat hij binnen tien minuten aangekleed is.

Don’t 5: Vragen of hij nu eens normaal wil doen

Als je vraagt of je kind normaal wil doen, zegt dit hem weinig. Hij snapt niet wat je bedoelt, want in zijn ogen doet hij niets geks. Ga door je knieën naar zijn niveau en leg uit dat je het niet leuk vindt dat hij telkens grapjes uithaalt met je. Leg uit waarom je het vervelend vindt en hoe je liever zou hebben dat hij zich gedraagt. Zo geef je een duidelijk voorbeeld van wat je niet leuk vindt aan zijn gedrag en daarbij geef je ook een alternatief voor hoe hij zich kan gedragen.

Don’t 6: ‘Ik vind je niet lief, ga maar een andere mama zoeken!’

Hoewel jij dit soort dingen in een opwelling zegt en ze vaak al snel weer vergeten bent. Schrikt je peuter hier erg van. Hij is niet bekend met sarcasme en neemt alles wat je zegt heel serieus. Met deze opmerkingen kwets je hem. Hij zal niet begrijpen waarom hij een andere mama moet zoeken en is misschien wel bang dat je echt weggaat. Vermijd daarom dit soort gefrustreerde opmerkingen.

Don’t 7: ‘Straks gaan we.. even wachten.. Over 5 minuten mag je..’

Peuters houden niet van uitstel en wachten. Zeker niet als ze niet weten hoelang het duurt. Vijf minuten of straks, zegt je peuter niets. Leg bijvoorbeeld duidelijk uit wanneer het weer tijd is om te spelen. Dit kun je doen door hem naar de klok te laten kijken en te zeggen ‘als deze grote wijzer bovenaan staat, gaan wij weer gezellig spelen’. Dit kun je eigenlijk op alles toepassen. Op deze manier weet je peuter waar hij aan toe is en zal hij geen herrie schoppen.

Don’t 8: Bellen tijdens het autorijden of tijdens het boodschappen doen

Als je samen met je kind boodschappen gaat doen en ondertussen aan het bijkletsen bent met je vriendin op je mobiel, zorgt dit geheid voor problemen. Je peuter wil betrokken worden bij wat je doet, jullie zijn tenslotte samen. Daarnaast snapt hij niet hoe je met iemand kunt praten terwijl hij diegene niet kan zien. Vermijd daarom het voeren van telefoongesprekken als je met je kind onderweg bent of bezig bent.

Don’t 9: Een verbod om in een winkel ergens aan te komen

Van te voren aankondigen dat hij nergens aan mag zitten, heeft een tegenovergestelde werking. Je peuter zal alles willen aanraken en oppakken, puur omdat jij hem hierop gewezen hebt. Je kunt bijvoorbeeld wel zeggen dat hij dicht bij je in de buurt moet blijven omdat jullie elkaar anders kwijtraken. Ook helpt het om je kind erbij te betrekken, door het geven van een taak. Zeg bijvoorbeeld in de supermarkt dat hij het brood mag pakken. Zo heeft hij iets om naar uit te kijken en kan hij heel stoer helpen bij het boodschappen doen.

Don’t 10: Vragen waarom hij iets niet fijn vindt

Als je kind zich ergens niet fijn bij voelt, helpt het niet om te vragen wat er aan de hand is. Je creëert zo juist ruimte voor zijn geklaag en daardoor wordt de situatie veel heftiger. Dit werkt hetzelfde als je kind is gevallen. Hij begint gelijk te huilen, maar als je hieraan toegeeft, wordt het verdriet alleen maar groter. Dit komt omdat hij zijn emoties spiegelt aan jouw reactie. Schrik jij heel erg, dan heeft hij ook heel veel pijn. Je kunt beter kort aandacht geven aan de pijnlijke plek, wrijf er even over en geef een kus erop. Hierna sta je op en zeg je dat hij weer lekker verder kan gaan spelen. Je peuter zal veel minder stilstaan bij zijn val en pijn.

Reageer op artikel:
10 opvoedfouten bij je peuter
Sluiten