IVF behandeling; wanneer zwanger worden niet lukt. Hier lees je er alles over

Wanneer je graag zwanger wilt worden, maar het op natuurlijke wijze niet lukt, zijn er gelukkig nog een aantal andere opties. Een daarvan is In Vitro Fertilisatie, ofwel: een IVF behandeling.

Wat is IVF?

In Vitro Fertilisatie betekent letterlijk ‘bevruchting in glas’. Kort gezegd wordt er hierbij buiten jouw lichaam, in een reageerbuis of een schaaltje, een eicel in contact gebracht met zaadcellen. De bedoeling is hierbij dat er bevruchting plaatsvindt en als dit is gebeurt plaatsen ze de bevruchte eicel terug in de baarmoeder.

Wanneer kies je voor een IVF-behandeling?

IVF is een optie wanneer alle ‘normale’ manieren van zwanger worden niet zijn gelukt. Je kunt in overleg met je huisarts of gyneacoloog de mogelijkheden bekijken en of dit ook voor jou een optie is.

Over het algemeen wordt IVF toegepast bij vrouwen van wie de eileiders niet goed functioneren, bij (ernstige) endometriose (dit is wanneer zich ook baarmoederslijmvlies buiten de baarmoeder bevindt), een niet te herstellen sterilisatie bij de vrouw, onverklaarbare onvruchtbaarheid of als het zaad van de man verminderd vruchtbaar is.

Maar de kans van slagen is ongeveer slechts 20%. Dit heeft te maken met verschillende factoren, zoals de leeftijd van de vrouw, de kwaliteit van de embryo’s en het aantal embryo’s dat wordt teruggeplaatst.

Lees ook: Zwanger worden met IVF; hoe succesvol is het eigenlijk?

IVF kan een oplossing zijn voor:

  • Vrouwen met niet-doorgankelijke eileiders
  • Vrouwen met een stoornis in de hormoonregulatie
  • Paren waarbij de spermakwaliteit van de man verminderd is
  • Paren waarbij bij man en vrouw geen afwijkingen zijn geconstateerd, maar toch na een periode van minstens 3 jaar geen zwangerschap is opgetreden
  • Indien zwangerschap uitblijft na kunstmatige inseminatie

Het moet hierbij ook gezegd worden dat IVF een moeizaam traject is dat veel vraagt van de vrouw, maar ook van diens partner en de relatie. Lees hier meer over in het artikel: Zo hou je je relatie goed tijdens een fertiliteitstraject.

De eerste fase van de IVF-behandeling

Een IVF-behandeling bestaat uit verschillende fasen. De eerste fase begint eigenlijk al voor de daadwerkelijke behandeling en bestaat uit het dagelijks toedienen van hormonen via een onderhuidse injectie of neusspray. Specifiek het LHRH-analoog, een hormoon dat inwerkt op de hormoonproductie van de hypofyse.

Door toediening van dit hormoon wordt de eigen hormoonactiviteit onderdrukt en verkleint het de kans op storing bij de rijping van jouw eicellen. Maar er zijn helaas ook bijwerkingen die lijken op overgangsklachten, zoals nachtelijk zweten, stemmingswisselingen en opvliegers. Gelukkig houden deze klachten op na de behandeling.

Deze eerste fase met het toedienen van hormonen duurt gemiddeld zo’n twee tot drie weken. In deze tijd wordt er ook aangeraden om met condoom te vrijen en wordt er in sommige gevallen zelfs de anticonceptiepil voorgeschreven. Er is namelijk nog veel onduidelijk over of de gebruikte middelen schadelijk kunnen zijn voor een embryo, als je onverwachts toch zwanger wordt.

De stimuleringsfase

De stimuleringsfase is officieel de eerste fase van de daadwerkelijke behandeling. Hierbij wordt allereerst via een inwendige echo gekeken of je eventuele cystes in de eierstok hebt. Wanneer deze aanwezig zijn moeten de cystes eerst behandeld worden voordat je kunt beginnen met de behandeling. 

Wanneer er geen cystes zijn ga je verder met de stimuleringsfase. Hierbij moet je jezelf weer hormonen toedienen. Normaal gesproken komt er in een cyclus namelijk slechts één eitje volledig tot rijping. Maar voor de IVF-behandeling is het nodig om meerdere eitjes tegelijk te onttrekken. Zo kunnen ze de meest geschikte eitjes selecteren en de kans op slagen verhogen.

In deze fase gaat het om een follikel stimulerend hormoon (FSH, oftewel: gonadotrofinen). Dit dien je jezelf weer toe via een dagelijkse onderhuidse injectie. Tijdens deze periode krijg je regelmatige echo’s om de groei en ontwikkeling van de follikels bij te houden. Ook worden de hormoonwaarden in je bloed en/of urine goed in de gaten gehouden. Wanneer de follikels groot genoeg zijn (ongeveer 20 mm), is het tijd voor de volgende stap.

Deze stap bestaat uit het toedienen van weer een ander hormoon; hCG. Deze injectie zorgt ervoor dat de eirijping en het loslaten van de eicellen in de follikels wordt bevorderd.

Door de stimulatie van de eierstokken is er overigens een klein risico (ca. 2%) dat je last krijgt van ovarieel hyperstimulatie syndroom (OHSS), ook wel overstimulatie genoemd. Symptomen hiervan zijn buikpijn, misselijkheid en snelle gewichtstoename en toename van de buikomvang. Als je dit herkent moet je altijd contact opnemen met je specialist.

De punctie

Nadat je de hCG toegediend hebt gekregen wordt er binnen 36 uur een punctie gedaan. Dit is de officiële tweede fase van je IVF-behandeling.

Timing is in deze fase van de behandeling essentieel. Want wanneer er langer wordt gewacht kan het zo zijn dat de follikels al zijn gesprongen en de eitjes al op weg zijn naar de eileider. Hierdoor kunnen ze niet meer geoogst worden en is de verdere behandeling niet mogelijk.

Bij deze punctie wordt gebruik gemaakt van hetzelfde echoapparaat als bij de eerdere controles, maar nu zit hier een naaldgeleider aan bevestigd. Met een holle naald prikt de IVF-arts in de rijpe follikels en worden de eicellen eruit gezogen.

Je krijgt hierbij altijd pijnstilling of een plaatselijke verdoving. Desondanks kan het aanprikken van de follikels pijnlijk zijn. Het is dan ook niet ongebruikelijk dat je nog een paar dagen na de punctie last hebt van een zeurende buikpijn. Daarnaast is er ook een klein risico, zo’n 2% kans, dat je tijdens de punctie of de terugplaatsing een infectie oploopt.

De laboratoriumfase

Direct na de punctie moet je partner aan de slag: hij moet zijn zaad afleveren. Vervolgens wordt de kwaliteit van het zaad in het laboratorium onderzocht. Ook wordt er gekeken hoeveel bruikbare eicellen de punctie heeft opgeleverd.

Lees ook: Super-sperma of traag zaad: zo wordt de spermakwaliteit bepaald

Wanneer alles goed is, is het tijd voor het bevruchtingsproces en worden de eicellen en zaadcellen bij elkaar gebracht in een schaaltje of reageerbuis. De volgende dag wordt er gecheckt of er inderdaad een celdeling op gang gekomen is en of de bevruchting dus is gelukt. Hier krijg je meestal na één of twee dagen bericht over.

ICSI

Heel soms komt het voor dat er geen bevruchting tot stand komt. Dit kan domme pech zijn, maar soms blijkt dit juist de verklaring van het vruchtbaarheidsprobleem. Als bij twee IVF-pogingen geen bevruchting is opgetreden kan je eventueel voor een ICSI-behandeling kiezen. ICSI staat voor Intra Cytoplasmatische Sperma Injectie en is gelijk aan IVF, behalve dat bij de bevruchting in het laboratorium één zaadcel direct in de eicel wordt geïnjecteerd.

De terugplaatsing

Wanneer de bevruchting is gelukt is het tijd voor de laatste fase van de IVF-behandeling; de terugplaatsing. Zo’n twee tot vijf dagen na de punctie mag je weer terugkomen bij de specialist en worden er maximaal twee bevruchte embryo’s in de baarmoeder geplaatst. Dit gebeurt met behulp van een kunststof slangetje; een canule. In de meeste gevallen is dit een pijnloze behandeling.

Wanneer er meer dan twee bevruchte eicellen zijn, kun je deze laten invriezen voor een volgende poging. Dit heet cryopreservatie.

Lees ook: Alles wat je wil weten over het laten invriezen van je eicellen

Na de terugplaatsing krijg je weer hormonen, omdat je eigen hormoonhuishouding verstoord is. In deze fase is dat weer hCG, in de vorm van injecties of vaginale tabletten. Zo wordt ervoor gezorgd dat het baarmoederslijm dik genoeg is voor het eitje om zich in te nestelen.

Je mag ook na de terugplaatsing ongeveer een week geen seks hebben, alhans, geen orgasme. Het samentrekken van de baarmoeder kan namelijk nadelig werken op de innesteling van het eitje, al zijn hier geen wetenschappelijk bewijzen voor.

Zwanger?

Dan is het afwachten geblazen… Wanneer je na ongeveer twee weken nog niet ongesteld bent, kun je een zwangerschapstest doen. Toch betekent dit niet direct dat het raak is. De menstruatie kan namelijk wat langer op zich laten wachten door de hormonen. Heb je wel een positieve test? Dan krijg je een paar weken later een echo om te kijken of het embryo zich goed aan het ontwikkelen is.

Lees ook: Je bent zwanger, en nu? Deze dingen kun je regelen per trimester

De risico’s van IVF

Het meest bekende risico van een IVF-behandeling is natuurlijk de vergrote kans op een meerlingzwangerschap. Dit komt omdat er meestal twee embryo’s worden teruggeplaatst. Na IVF-zwangerschappen worden ongeveer 75 tot 80% eenlingen geboren, 20-25% tweelingen en in een enkel geval een drieling.

Andere risico’s zijn een verhoogde kans op vroeggeboorte, een verhoogde kans op een miskraam en een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Daarnaast komt bloedverlies in de eerste drie maanden van de zwangerschap ook veel voor. Het is hierbij altijd de bedoeling dat je contact opneemt met je specialist.

Wie betaalt?

In het basispakket van je ziektekostenverzekering zijn drie IVF-behandeling opgenomen. Bij verschillende aanvullende verzekeringen worden er meerdere behandelingen vergoed. Het is dan ook slim om je hier vooraf goed op te oriënteren. Moet je toch zelf een behandeling betalen kost een volledige IVF-behandeling gemiddeld €3000,-.

Lees ook:

  • Draagmoederschap in Nederland: hoe zit dat nou precies?
  • Wat als kinderen krijgen niet zomaar lukt? Het persoonlijke verhaal van Cindy over haar ivf-traject
  • Waar kom ik vandaan? Deze moeder schreef een kinderboek over IVF
  • Freya

    Reageer op artikel:
    IVF behandeling; wanneer zwanger worden niet lukt. Hier lees je er alles over
    Sluiten