Rode hond

Rode hond

Rode hond is een infectieziekte die gelukkig steeds minder voorkomt, omdat de meeste baby’s ertegen worden ingeënt. Dat is maar goed ook, want de ziekte is besmettelijk en kan vooral bij zwangere vrouwen veel problemen veroorzaken.

Rode hond (rubella) wordt veroorzaakt door een virus. Het virus wordt vooral bij hoesten of praten via druppeltjes in de lucht overgedragen. Besmette druppeltjes kunnen ook via de handen, via bestek en bekers of via het speelgoed op anderen worden overgedragen. Na besmetting duurt het twee tot drie weken voordat de ziekteverschijnselen optreden. Rode hond is besmettelijk vanaf tien dagen vóór tot zeven dagen na het uitbreken van de vlekjes.

Hoe ziet het eruit?

Rode hond begint vaak met een verkoudheid. De klieren achter de oren en in de hals kunnen opgezet zijn. Soms heeft een kindje lichte koorts. Na een dag ontstaan rozerode vlekjes in het gezicht en achter de oren. De uitslag verspreidt zich binnen een paar uur over het hele lichaam. Soms lijkt het of de hele huid rood ziet. De uitslag verdwijnt na enkele dagen. De klieren kunnen soms nog enkele weken gezwollen blijven. In de helft van de gevallen krijgt het kind helemaal geen ziekteverschijnselen. Als je denkt dat jouw kindje rode hond heeft, is het belangrijk contact met de huisarts op te nemen. Verzorg jouw hummeltje als bij een stevige verkoudheid en zorg ervoor dat het voldoende drinkt. Vergeet niet om de ziekte te melden aan het kinderdagverblijf of de school, zodat andere ouders gewaarschuwd kunnen worden, vanwege het besmettingsgevaar.

Inenten

Rode hond komt gelukkig steeds minder voor, omdat de meeste kinderen als ze veertien maanden zijn de BMR-prik krijgen, tegen bof, mazelen en rode hond, met een herhaling hiervan op negenjarige leeftijd. Deze injectie zorgt ervoor dat het lichaam antistoffen aanmaakt en voorkomt in zo’n 99% van de gevallen een infectie met rode hond. Dit betekent concreet dat in zo’n 1% van de gevalen géén antistoffen worden aangemaakt en er dus nog steeds kans is op een infectie met rode hond. Vóór invoering van vaccinatie kwam rodehond om de vier jaar voor in epidemieën en dan kon het aantal patiënten oplopen tot enkele duizenden. Nu komt de ziekte nog maar zelden voor. Als je eenmaal rode hond hebt gehad, ben ke voor de rest van je leven immuun voor de ziekte.

Kinderwens?

Rode hond is in principe een onschuldige kinderziekte, maar als een vrouw die niet tegen rode hond is ingeënt en de ziekte nooit heeft doorgemaakt, in de eerste helft van de zwangerschap besmet raakt, dan kan het virus het ongeboren kind beschadigen. In principe is iedere Nederlandse vrouw die geboren is na 1963 ertegen ingeënt. Toch is het verstandig bij een eventuele kinderwens na te gaan of je daadwerkelijk bent ingeënt en of je anders de ziekte gehad hebt. Wanneer je niet kunt controleren of je de prik of de ziekte gehad hebt, dan is het wijs naar je huisarts of naar de GGD te gaan. Hier kan je bloed onderzocht worden op antistoffen. Wanneer uit dit onderzoek blijkt dat jij geen of onvoldoende antistoffen hebt, dan kun je alsnog een injectie tegen rode hond halen. Je moet daarna voor alle zekerheid drie maanden wachten voordat je zwanger wordt. Heb je rode hond opgelopen voor, wacht dan ook voor alle zekerheid twee maanden. Daarna is er geen risico meer voor je kindje.

Adviezen bij kinderwens

  • Heb je rode hond gehad of ben je ingeënt - geen gevaar
  • Bij twijfel laat bloedonderzoek doen
  • Vaccinatie minstens 3 maanden voor een zwangerschap
  • Mijd bij zwangerschap en onvoldoende bescherming besmettingsgevaar
  • Indien onvoldoende bescherming, mogelijke zwangerschap en eventuele besmetting - overleg met je arts

In verwachting?

De meeste verloskundigen laten het bloed van zwangere vrouwen controleren om er zeker van te zijn dat ze beschermd zijn tegen rode hond. Maar vraag daar zelf om als je twijfelt of je wel rode hond gehad heeft of ingeënt bent. Laat dan door bloedonderzoek nagaan of je voldoende antistoffen hebt. Is dat niet zo, wees dan uiterst voorzichtig. Als je in de eerste vier maanden van de zwangerschap of vlak daarvoor rode hond krijgt, kan dat namelijk schadelijk zijn voor je ongeboren kindje. De kans op beschadiging van de vrucht in de baarmoeder hangt af van het moment waarop de besmetting in de zwangerschap plaatsvindt. In de 1e maand is die 50 tot 80%, in de 2e maand 20 tot 50% en in de 3e maand 5 tot 20%.

De risico’s bij ongeboren kinderen

Wanneer je rode hond krijgt tijdens je zwangerschap, is er een groot risico op een aantal aangeboren aandoeningen bij je kindje. De defecten zijn vaak zo groot dat de zwangerschap eindigt met een miskraam. Veel voorkomend zijn gehoorverlies, hart- en vaataandoeiningen, geestelijke handicaps, oogafwijkingen, groeiachterstand, een tekort aan bloedplaatjes (trombocytopenie), lever- of miltvergroting, aandoeningen van het centraal zenuwstelsel, botafwijkingen, afwijkingen aan de urinewegen en paarse korstjes.

Besmetting vermijden

Wanneer je niet voldoende antistoffen hebt tegen rode hond, maar wél zwanger bent, dan is het noodzakelijk al het besmettingsrisico te vermijden. Ga niet naar een peuterspeelzaal, kinderdagverblijf of basisschool als er kinderen met rode hond zijn. Dat hoort op de deur te zijn aangegeven. Heb je al een kind, dat ouder is dan veertien maanden, dan heeft het zelf de BMR-prik gehad en wordt de kans klein dat het rode hond mee naar huis neemt. Maar voor alle zekerheid zou je je kind thuis kunnen houden als op school of op de peuterspeelzaal rode hond heerst. Blijf ook uit de buurt van gezinnen met kinderen die rode hond hebben. Laat jouw kindje er niet spelen.

Geschreven door: Annewien