Tips voor de eerste hapjes

Vanaf vier maanden kun je er mee beginnen: een groente- of fruithapje. Maar in het eerste jaar is niet álle voeding geschikt voor je baby. Daarover hebben wij enkele wetenswaardigheden op een rijtje gezet.

Veel ouders kiezen voor verse voeding, omdat ze het idee hebben dat dit beter voor hun kind is. Naast verse voeding zijn er ook speciale babyhapjes vanaf 4 maanden (deze bevatten geen toegevoegd suiker en zout). Diepvriesgroenten zonder toegevoegd zout zijn ook geschikt voor de bereiding van babyhapjes. Let er wel op dat kindjes die volledige borstvoeding krijgen beter vanaf 6 maanden met bijvoeding kunnen beginnen, anders loopt de moedermelk productie terug.

5 Stappen hapjesplan

Van de eerste hapjes over stappen naar 3 hoofdmaaltijden? Download hier het 5 Stappen hapjesplan van Nutricia en je weet precies hoe je dit het beste aanpakt. Download dit handige stappenplan »

Over zout en suiker

Wanneer je voor jezelf kookt, voeg je vaak zout toe. Je kunt dit eten dan niet meer aan je kindje geven. Het is beter om geen zout te gebruiken als je voor je baby kookt, omdat het de nieren teveel belast. Suiker kan zoetgewenning veroorzaken. Krijgt je kindje teveel suiker dan kan hij daarnaast last krijgen van tandbederf.

Gluten en nitraat

Tot de zevende maand kunnen baby’s extra gevoelig zijn voor gluten. Dit zijn graaneiwitten die mogelijk darmklachten veroorzaken. Glutenbevattende voedingsmiddelen zijn onder andere beschuit, crackers, kinderbiscuits en soepstengels. Ook bijna alle broodsoorten bevatten gluten.

Nitraat is een stof die niet direct schadelijk is voor het lichaam. Tijdens het bewaren of koken kan nitraat echter omgezet worden in nitriet. Deze stof is wél schadelijk en kan bij jonge baby’s ademhalingsproblemen veroorzaken. Nitraatrijke groenten zijn: spinazie, andijvie, postelein, rode bietjes, Chinese kool, bleekselderij, slasoorten, spitskool, venkel, paksoi, raapstelen en koolrabi.

Welk eten kun je geven?

Vanaf vier maanden

  • Granen - Alleen glutenvrije graansoorten, zoals rijstebloem of maïzena.
  • Fruit – Start met zoet en zachte fruitsoorten zoals peer, meloen, banaan en perzik. Appel kan ook als je de stukjes heel fijn raspt of de appel even kort kookt. Natuurlijk zijn vruchtenmoes en verdund vruchtensap ook geschikt. Mocht dit goed gaan, dan kun je ander fruit kiezen, zoals mandarijn, sinaasappel, kiwi, ontvelde en ontpitte druiven.
  • Groenten - Alle soorten groenten, met uitzondering van nitraatrijke groenten. Goed om mee te beginnen: sperziebonen, bloemkool, brocolli of worteltjes. Ook aardappels kunnen geprakt gegeten worden.

Vanaf zes maanden

  • Groenten - Maximaal twee keer per week nitraatrijke groenten.
  • Aardappelen - Aardappel, pasta of rijst.
  • Fruit - Kiwi, perzik, pruim, abrikoos, sinaasappel en ananas
  • Vlees - Magere en zachte soorten zoals kip.
  • Vis - Zachte vis, zoals zalm.

Vanaf zeven maanden

  • Granen - Alle gluten- bevattende graansoorten met weinig vezels.
  • Peulvruchten (in begin gezeefd).

Vanaf acht maanden

  • Vlees - Alle soorten vlees, ongeveer 1 eetlepel (of 25 gram).

Eten klaarmaken

Nu weet je wat je baby allemaal kan en mag eten. Maar hoe maak je dat klaar? Zorg ervoor dat de allereerste hapjes heel fijn gepureerd zijn. Je kookt de groente gaar in een beetje water zonder zout of kruiden. Fruit en gekookte groenten kun je door een zeef drukken of met een staafmixer of keukenmachine pureren. Zodra je baby het fijn gepureerde voedsel moeiteloos eet, kun je overgaan op iets grover fijngemaakte hapjes. Meestal is dit vanaf 8 maanden oud. Met geprakt of geraspt eten kan je baby het kauwen onder de knie krijgen.