Redactie
Redactie De bevalling 7 jun 2018

Bevallingsingrepen

De meeste baby’s komen zonder problemen ter wereld. Maar soms lukt het je kind niet altijd op eigen kracht, dan is een bevallingsingreep onvermijdelijk. Sommige ingrepen kunnen thuis gedaan worden door de verloskundige, maar voor een tang- of vacuümverlossing moet je naar het ziekenhuis. 

Inknippen

Soms heeft je baby wat meer ruimte nodig en moet je ingeknipt worden tijdens de bevalling. Dat klinkt heel eng, maar je voelt er gelukkig bijna niets van. De verloskundige zet namelijk op het hoogtepunt van je wee een knip. Weten of je verdoving krijgt en hoelang het duurt voor dit geheeld is? Lees hier meer over inknippen tijdens de bevalling »

Inknippen is nodig, als:

  • je baby benauwd is en snel geboren moet worden
  • de vaginale opening te klein is
  • een kunstverlossing (een tang of vacuümverlossing) nodig is
  • als je baby in een stuit ligt
  • je bij een eerdere bevalling ingeknipt of uitgescheurd bent

Vacuümverlossing

Voor een vacuümverlossing (ook wel kunstverlossing genoemd) moet je naar het ziekenhuis en wordt de bevalling overgenomen door de gynaecoloog. Bij deze ingreep wordt een vacuümpomp op het hoofdje van je baby geplaatst en trekt de gynaecoloog bij iedere wee je baby steeds verder naar buiten. Schrik niet als er een bult op je baby’s hoofd zit. Dit komt doordat de pomp vastgezogen zat en trekt vanzelf na een paar dagen weg. Lees hier meer over de vacuümverlossing »

De vacuümpomp wordt gebruikt als:

  • je baby niet op eigen kracht ter wereld kan komen.
  • je baby het benauwd krijgt
  • het persen na een lange tijd te weinig resultaat heeft.

Tangverlossing

Voor een tangverlossing moet je naar het ziekenhuis en wordt de bevalling overgenomen door de gynaecoloog. Bij deze ingreep worden, onder plaatselijke verdoving, twee lepels gebruikt om het hoofdje van de baby steeds verder naar buiten te trekken. Je kindje kan na de bevalling een paar ingedeukte plekjes op zijn hoofd hebben. Geen zorgen dit trekt gelukkig na een paar dagen weg. Lees hier meer over de tangverlossing »

De verlostang wordt gebruikt als:

  • de vacuümpomp niet gebruikt kan worden
  • het hoofdje op de bekkenbodem staat, maar de bevalling niet vordert
  • het hoofdje begeleidt moet worden tijdens een stuitbevalling

Keizersnede

De keizersnede is echt een operatie en duurt ongeveer 45 minuten. Soms word je onder volledige narcose gebracht, maar meestal krijg je een ruggenprik. Je moet na een keizersnede drie tot vier dagen in het ziekenhuis blijven, voor controle. Daarnaast moet je het de eerste vijf á zes weken rustig aan doen. Lees hier meer over de keizersnede »

Een keizersnede is nodig, als:

  • de baby dwars ligt
  • je bekken te smal is
  • jouw gezondheid, of die van je kindje, in gevaar is
  • de placenta voor de baarmoedermond ligt
  • de navelstreng voor de geboorte zichtbaar is
  • je bent zwanger van drie (of meer) kinderen
Reageer op artikel:
Bevallingsingrepen
Sluiten