Baby 6 jun 2018 Redactie

Borstvoeding: de praktijk

Al vanaf het begin van je zwangerschap veranderen je borsten. Het klierweefsel groeit, ze houden meer vocht vast en kunnen soms wat pijnlijk aanvoelen. De laatse maand van je zwangerschap is zelfs al het vetweefsel in je borsten vervangen door klierweefsel. Allemaal voorbereidend werk voor het geven van borstvoeding.

Tijdens je zwangerschap zijn er verschillende hormonen aan het werk om alles in goede banen te leiden. Na je bevalling zijn er twee hormonen die zorgen voor het goed verlopen van de borstvoeding. Zo stimuleert het hormoon prolactine je melkproductie. En het hormoon oxytocine zorgt dat de melk ‘toeschiet’, zodat je baby kan drinken. Borstvoeding is de meest natuurlijke en gezonde voeding voor je baby, het zit vol met stoffen die voor een goede weerstand zorgen en je kindje groot en sterk helpen worden.

De eerste borstvoeding

Voor de eerste keer zelf voeden is best spannend. Hoe voelt het en zal het allemaal wel lukken? De meeste moeders moeten in het begin even wennen aan het geven van borstvoeding, maar worden er na enkele weken steeds handiger in. Wat goed helpt, is je baby binnen een uur na de bevalling bij je laten drinken. Je baby heeft dan namelijk een sterke behoefte om de borst te zoeken (zoekreflex) en een sterke zuigreflex. Doordat jullie dicht tegen elkaar aanliggen, stimuleer je de afgifte van hormonen die voor de melkproductie en het toeschieten van de melk zorgen. De baby vaak aanleggen tijdens de eerste dagen, heeft een positieve invloed op de melkproductie in het begin én op de langere termijn. Door goed naar je kindje te kijken, leer je wanneer je baby wel of niet wil drinken. De eerst dagen kan het een paar minuten duren voordat de melk toeschiet, dus neem rustig de tijd voor het voeden. De meeste baby’s verliezen de eerste dagen wat gewicht, maar na ongeveer twee weken is je baby terug op het geboortegewicht. Na een week heb je genoeg melk om te kunnen voeden wanneer je baby daar behoefte aan heeft. Zo’n acht voedingen per 24 uur is in het begin heel gewoon. Probeer minimaal zes voedingen per dag te geven, want dat houdt je melkproductie op gang.

Goed aanleggen

Als je ervaren moeders borstvoeding ziet geven, lijkt het heel eenvoudig. Maar bij kersverse moeders duurt het even voordat ze zich op hun gemak voelen met het borstvoeden. Eén van de belangrijkste dingen bij borstvoeding is het aanleggen. Als je de baby goed aanlegt, drinkt hij beter. Bovendien bescherm je zo je borsten tegen vervelende borstkwaaltjes. Mocht het de eerste keer niet lukken, aarzel dan niet de kraamverzorgster om advies te vragen. Zij is er juist om je uitleg te geven over dit soort dingen. Als je baby ritmisch zuigt en slikt, heb je je baby goed aangelegd. Je baby neemt na korte zuigbewegingen flinke teugen met af en toe een pauze. Sabbelt je baby op je tepel, dan heeft hij de borst niet goed in de mond. Leg dan je kind opnieuw aan. De eerst dagen kan het zuigen pijnlijk zijn, maar na een paar dagen krijg je de handigheid in het aanleggen en wordt het prettig om borstvoeding te geven. Laat je baby de eerste borst leegdrinken, voordat je de tweede borst geeft. Uit twee borsten drinken stimuleert de melkproductie. Begin iedere voeding met de andere borst. Hoe lang een voeding duurt, is afhankelijk van de toeschietreflex en de eetlust van je baby. Bij de meeste moeders duurt een voeding zo’n twintig tot 30 minuten per keer.

Stap voor stap

Als je ontspannen bent, gaat het voeden beter. Ga dus eerst lekker zitten of liggen. Voel je je niet op je gemak in gezelschap, trek je dan even terug. Kies een rustige ruimte waar je je prettig voelt, zoals de slaapkamer of zet een comfortabele stoel in de babykamer.

  • Breng je borst niet naar de baby, maar haal je baby naar je toe. Zorg ervoor dat de baby op zijn zij ligt met zijn buikje tegen je aan. Zijn achterhoofd en rug liggen in één lijn.
  • Breng het mondje op tepelhoogte. Streel de tepel tegen de onderlip, het mondje gaat hierdoor vanzelf open.
  • Haal je kindje dichter naar je toe. Je baby neemt de tepel en tepelhof helemaal in de mond.
  • Het tongetje moet onder de tepel zitten. Je baby duwt de tong tegen de borst en tepel om de melk eruit te persen.
  • De onderlip is naar buiten gekruld en het kinnetje ligt vlak tegen de borst aan. Het neusje kan de borst raken zonder dat je kindje problemen heeft met ademhalen.

Ontvang de best gelezen artikelen in je inbox

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang de beste artikelen over de zwangerschap, bevalling en de verzorging van de baby in je mailbox.

Reageer op artikel:
Borstvoeding: de praktijk
Sluiten