Redactie
Redactie Baby 6 jun 2018

Borstvoedingshoudingen

Tijdens het geven van de borstvoeding houd je je kind dicht tegen je aan en maak je iedere keer weer kennis te maken met dit kleine wonder. Maar omdat elke voeding toch zo'n half uur – of zelfs langer – kan duren, is het belangrijk om een fijne borstvoedingshouding te vinden.

Tijdens het voeden wil je dat je baby genoeg binnenkrijgt en dat je borsten – om problemen te voorkomen – goed leeggedronken worden. En natuurlijk wil je zelf ook een beetje comfortabel zitten of liggen. Daarom is het goed om met verschillende houdingen te experimenteren. In het begin is het zelfs belangrijk dat je de verschillende houding uitprobeert. De melkkanaaltjes zijn namelijk verdeeld over je hele borst en de meeste houdingen zorgen ervoor dat je baby slechts een bepaald deel van je melkkanaaltjes leegdrinkt. Door regelmatig van houding te wisselen, zorg je ervoor dat alle delen van je borst leeggedronken worden.

Borstvoedingshoudingen

De vier meest bekende borstvoedingshoudingen zijn:

De madonnahouding

  • Neem je baby op je onderarm – als je begint met de linkerborst, ligt je baby op je linkerarm.
  • Draai je kind op zijn zij zodat hij met zijn buikje tegen jouw buik aanligt.
  • Het hoofdje van je baby rust in de holte van je elleboog. Je onderarm ondersteunt zijn rug en met je hand houd je zijn billetjes of bovenbeen vast.
  • Zorg ervoor dat zijn hoofd, nek en ruggetje in één lijn liggen, met het hoofdje iets naar achteren gebogen.
  • Zorg dat je baby met zijn neusje tegenover jouw tepel ligt.
  • Bied je tepel aan.

Liggend voeden

  • Ga op je bed liggen, op je zij.
  • Je baby ligt naast je, ook op zijn zij met zijn buikje tegen jouw buik aan.
  • Leg een opgerolde handdoek of een stevig kussen achter je baby’s ruggetje zodat je je handen vrij hebt.
  • Trek je bovenste been iets op, leg eventueel een kussentje onder je knie.
  • Leg je onderste arm langs je hoofd, eventueel voor of onder het kussen door;
  • Gebruik je bovenste arm om je baby naar je toe te halen.
  • Begin met je onderste borst.
  • Leg je baby met zijn neusje tegenover de tepel. Zorg dat zijn hoofdje iets naar achteren is gebogen zodat hij je tepel en een stuk van de tepelhof in z’n mond kan nemen

De baker- of rugbyhouding

  • Ga comfortabel rechtop zitten.
  • Leg kussens op je schoot en naast je.
  • Leg je baby op de kussens, zodat z’n hoofdje voor je borst ligt en z’n beentjes onder je arm of schuin naast je liggen.
  • Zorg dat zijn ruggetje en nekje in één lijn zijn.
  • Houd het hoofdje van je uk lichtjes in je hand en leg je baby aan.
  • Als je je baby de andere borst wilt geven, kun je je omdraaien op je andere zij, of wat meer naar voren buigen en met steun onder de knie, ook de bovenste borst geven.

Doorgeschoven bakerhouding

Ook wel de Engelse houding genoemd. In deze houding gebruik je de tegenovergestelde arm van de borst waaruit je baby drinkt – dus je rechterarm voor je linkerborst en andersom.

  • Sla je arm om je baby heen. Zijn hoofdje rust in je hand.
  • Leg eventueel een kussen op je schoot.
  • Leg je baby op zijn zij, met zijn buikje tegen jouw buik.
  • Zorg ervoor dat zijn hoofd, nek en ruggetje in één lijn liggen, met het hoofdje iets naar achteren gebogen.
  • Leg je baby met zijn neusje tegenover de tepel en leg hem aan de borst.
  • Als je je baby aan de andere borst wilt leggen, kun je vrijwel moeiteloos overgaan in de traditionele bakerhouding.

Aanleggen

Welke houding je ook kiest, het belangrijkste is dat je je baby goed aanlegt. Als je baby goed is aangelegd, drinkt hij beter. Bovendien bescherm je zo je borsten – en tepels – tegen vervelende borstkwaaltjes. Kies de houding waarin je borstvoeding wilt geven. Neem je borst in je vrije hand. Leg je vingers onder je borst, beginnend bij je ribbenkast. Je duim ligt boven op je borst. Laat je tepelhof vrij. Streel je baby’s lippen met je tepel tot je uk zijn mondje wijd open doet en zijn tong iets naar buiten komt. Breng je baby dan naar je borst. Je baby is goed aangelegd als:

  • zijn lippen naar buiten krullen;
  • zijn tong onder je tepelhof ligt, over de onderkaak;
  • een groot stuk van je tepelhof in zijn mond ligt;
  • zijn kin stevig tegen je borst aan ligt;
  • je baby ritmisch zuigt en slikt;
  • je geen pijn hebt (behalve bij het eerste aanzuigen – dat kan een wat stekend gevoel geven).

Als het drinken na het eerste aanzuigen pijn blijft doen, kan het zijn dat je baby niet goed is aangelegd. Haal je baby van de borst af en begin opnieuw. Je haalt je baby van de borst door met je pink in de mondhoek van de baby het vacuüm te verbreken.  Valt je kind tijdens de voeding in slaap, wrijf dan met je vinger even zachtjes over zijn wangetje. Daarmee stimuleer je de drinkreflex.

Comfort

Omdat een voeding vrij lang kan duren, is het belangrijk dat jij en je baby je allebei comfortabel voelen. Kies een makkelijke stoel die je rug goed ondersteunt en waarin je voeten plat op de grond kunnen staan. Leg eventueel nog een paar kussens in je rug. Blijf rechtop zitten. Het is een té zware belasting voor je rug- en nekspieren als je voorover buigt. Til je baby ook niet op, maar gebruik kussens ter ondersteuning van zijn lichaam en om zijn mondje op dezelfde hoogte te brengen als je tepel. Als je je baby zittend in bed de borst geeft, kun je het jezelf makkelijk maken door knieën op te trekken en zo een plateautje voor je baby te maken. Leg er een kussen op, maar let wel op dat je rug goed recht blijft. Anders kunnen je spieren na een tijdje gaan protesteren.

Meer lezen over borstvoeding? Onze lactatiekundige Annette geeft advies.

Reageer op artikel:
Borstvoedingshoudingen
Sluiten