Redactie
Redactie Baby 8 mei 2020

De eenkennige fase: als je kindje alleen maar ‘mama!’ wil

Jij doet niets liever dan je kind knuffelen. Zo’n zacht, warm lijfje dat zich vol vertrouwen tegen je aandrukt, maar soms wil je je handen even vrij hebben. Gewoon omdat je andere dingen te doen hebt. Of omdat je visite hebt en tante Toos je kind ook even op schoot wil houden. En je zult net zien dat jouw lieve baby het dan op een krijsen zet, want hij wil ‘mama’ en niemand anders.

Zo tussen de zeven en de twaalf maanden wil je kind alleen nog maar te maken hebben met de mensen die het dichtst bij hem staan, papa en mama. Dit is de eenkennige fase en eigenlijk elke baby gaat daar doorheen. Scheidingsangst ligt hieraan ten grondslag.

Geen duidelijk onderscheid

Voor de zeven maanden maakt de baby nog niet een duidelijk onderscheid tussen de mensen in zijn omgeving. In die periode ontvangt het kleintje bijna iedereen met een brede glimlach. Iedereen met een vriendelijk gezicht en duidelijk warme gevoelens is voor hem een bron van voedsel en genegenheid. Natuurlijk heeft het wel de meeste voorkeur voor ouders en directe familieleden.

Verlatingsangst

Tussen de acht en achttien maanden is de eenkennige fase het sterkst. Dit kan tot rond het tweede jaar duren. De angst die het kind voelt in die periode is echt. Het is vreselijk bang om verlaten te worden. Wanneer jij twee minuutjes de kamer verlaat, voelt het voor het kind als een eeuwigheid. Het kind komt er in deze periode achter dat ouders en verzorgers soms ook wel eens even weg zijn en hij ziet dan niet dat ze ook echt weer terug komen. De angst dat het alleen achter zal blijven geeft een paniekreactie. Het helpt dan ook niet om de baby achter te laten bij een voor de baby niet echt bekent persoon. Het wil jou of je partner zien om zich veilig te voelen en zeker te zijn dat jullie niet weg gaan.

Kennissen en vrienden

Het is belangrijk vrienden en kennissen te waarschuwen dat het kindje in de eenkennige fase zit. Vraag of ze jouw kind voorzichtig en rustig willen benaderen en even niet direct willen aanraken. Geef je kind de tijd weer aan anderen te wennen en laat het in jouw aanwezigheid maar rustig de kat uit de boom kijken. Het is goed dat het gaat zien dat andere mensen in zijn omgeving niet meteen een bedreiging zijn. Maar laat je kind dat in zijn eigen tempo doen, dring niets op.

We komen terug

Laat je kind duidelijk merken dat wanneer je weggaat je zeker ook weer terug komt. Dit kun je bijvoorbeeld oefenen door kiekeboe of verstoppertje spelen. Zo leert het kindje begrijpen dat je ook weer terug komt. Ook kan de verlatingsangst verminderd worden door, wanneer je bijvoorbeeld in de keuken bezig bent en je baby ligt in bed of box, je stem duidelijk te laten horen. Huilbuien zijn niet te vermijden, maar je zult zien dat het elke keer als je even weg moet beter zal worden. Langzaam aan zal het kindje vertrouwen krijgen in de mooie belofte dat jullie echt terug komen en zal ook de eenkennige fase overgaan.

De peutertijd

De angst voor scheiding kan in een andere vorm doorzetten in de peutertijd. Op dat moment is het kind bang voor verlies van liefde. Deze angst hoort bij de ontwikkeling van het eigen persoontje. Daarbij gaat het kind grenzen verkennen. Zo kom je als kindje dus tegenover je ouders te staan, met hun regels en grenzen. Dat is best een confrontatie en dat maakt dat het kind bang is de liefde en respect van zijn ouders te verliezen.

Meer lezen over de eenkennige fase?

Reageer op artikel:
De eenkennige fase: als je kindje alleen maar ‘mama!’ wil
Sluiten