Kind & water: zwemhulpmiddelen

Kind & water: zwemhulpmiddelen

Natuurlijk ga jij met jouw baby naar het zwembad en misschien zitten jullie zelfs op babyzwemmen. Dat is goed, want zo kan jouw kind vast aan het water wennen en raakt hij minder snel in paniek wanneer hij misschien een keertje per ongeluk ter water raakt. Gebruik wanneer een kind nog niet goed genoeg kan zwemmen wél altijd een zwemhulpmiddel, zoals vleugeltjes, kurk of een zwemband.

Jaarlijks vinden er in Nederland 150 (bijna-)verdrinkingen plaats. En ieder jaar overlijden er – volgens cijfers van Consument & Veiligheid – maar liefst 24 kinderen door verdrinking. Dit maakt verdrinking nummer één bij dodelijke ongevallen met jonge kinderen. Zwemhulpmiddelen helpen kinderen die nog niet goed kunnen zwemmen om te blijven drijven. Het is geen middel waarmee je verdrinking kunt voorkomen; daarvoor zijn alleen reddingsvesten geschikt. En ook wanneer jouw kind keurig zwemvleugeltjes draagt geldt: laat kleine kinderen NOOIT alleen bij het water, blijf altijd in de buurt.

Vleugeltjes

Zwemvleugeltjes zijn de bekende opblaasbare of schuimrubber bandjes die je om de bovenarmen van je kind doet, zodat hij het hoofd makkelijker boven water kan houden en blijft drijven. Gebruik het liefst opblaasbare vleugeltjes met meerdere luchtkamers en veiligheidsventielen. Als het vleugeltje lek raakt, dan is er nog drijfvermogen over. Doe ze om de bovenarm van je kind, dichtbij de oksels en blaas ze vervolgens op.
Doe af en toe de bandjes eens af en ondersteun je kind goed. Zo voelt hij ook hoe het is om in het water te drijven en bewegen zonder de bandjes. Als je kind een keer in het water valt zonder bandjes, dan is hierdoor ook de kans kleiner dat hij in paniek raakt.

Kurken drijver

Tijdens de zwemles wordt vaak gebruik gemaakt van zogenoemde kurken. Dit zijn drijvers van schuim of plastic die je met een band om de heupen draagt. Voor zwemlessen zijn ze prima geschikt, maar buiten de zwemles zijn ze minder veilig dan zwemvleugeltjes. De laatste worden namelijk hoger op het lichaam worden gedragen, zodat het hoofd makkelijker boven water blijft. Gebruik buiten de zwemlessen liever geen kurken drijver.

Zitje & kleding

Een zwemzitje is een opblaasbare band met een zitje. Het is vooral bedoeld om kleine kinderen aan water te laten wennen. Er zijn ongevallen bekend waarbij de zwemzitjes zijn gekanteld, blijf dus altijd bij je kind. Let er bij het eerste gebruik goed op dat het zitje niet kan kantelen als je er tegen duwt. Voor kinderen tussen de 2 en 6 jaar zijn er zwempakken met drijfvermogen op de rug en de buik. Je kind blijft ermee drijven, maar moet wel zelfstandig het hoofd boven water kunnen houden.

Band

De zwemband is een opblaasbare band die je om je middel draagt. Deze banden behoren eigenlijk niet tot de zwemhulpmiddelen; het is speelgoed. Gebruik zo’n band dus liever alleen als je kind al kan zwemmen. Een kindje kan namelijk makkelijk uit zo’n zwemband glijden als de opening wat groot is, of juist in de zwemband blijven hangen (als deze te strak zit).  Kan je kindje nog niet goed zwemmen? Gebruik de zwemband dan altijd in combinatie met zwemvleugels.

Piepschuim dobber

De piepschuim dobber is gemaakt voor gebruik tijdens zwemlessen. Het ding wordt met klittenband om de nek van het kind vastgemaakt en heeft zoveel drijfvermogen dat een kind, als het in de problemen is, onder het wateroppervlak blijft drijven en niet naar de bodem zakt. De felle kleuren van de dobber zorgen ervoor dat een kind snel te traceren is. Het lijkt een zwemhulpmiddel, maar dat is het niet. De dobber dient alleen ter alarmering. Consument & Veiligheid twijfelt over de effectiviteit van zo’n piepschuim dobber. Kinderen kunnen met de (stop van de) dobber ergens achter blijven haken en als er meerdere kinderen met zo’n dobber in het water zijn, is het moeilijk te zien welk kind in de problemen is. Gebruik deze dobbers dus liever niet buiten de zwemlessen.

Tips

  • Gebruik een zwemhulpmiddel alleen voor de gewichtsklasse en/ of de lengte die op de verpakking staat aangegeven. Koop ze niet op de groei, want dan is het drijfvermogen niet gegarandeerd.
  • Koop alleen opblaasbare zwemhulpmiddelen met veiligheidsventielen. Let erop dat de ventielen bij het gebruik goed gesloten en ingedrukt zijn.
  • Controleer voor het gebruik het drijfvermogen in het water.
  • Laat na gebruik het zwemhulpmiddel nooit helemaal leeg lopen. Bewaar ze het liefst opgerold. Zo voorkom je vouwscheuren. Bovendien gaan de binnenkanten niet aan elkaar plakken.
  • Gebruik een zwemhulpmiddel nooit in combinatie met een wegwerpluier. Een luier houdt lucht vast. Hierdoor komen de billen boven water komen en raakt het hoofd in het water. Laat je kind zonder luier in het water of gebruik een speciale zwemluier.