Veilig in de auto

Veilig in de auto

Nederlandis klein, alles is in twee uur te berijden. Even van Amsterdam naar Groningen om met je kindje langs opa of oma te gaan is dus geen probleem. Die vriendin aan de andere kant van het land? Je ziet haar wekelijks. Jouw hummeltje valt waarschijnlijk in slaap zodra je de auto start, dus je neemt hem overal mee naar toe. Je gespt ‘m in het autostoeltje en kunt op pad. Toch?

Kinderen raken relatief minder vaak gewond in de auto dan rond het huis. Maar als er wel iets gebeurt, zijn de gevolgen vaak stukken ernstiger. Het is dus belangrijk dat je jouw kleintje zo veilig mogelijk vervoert. En daar zijn allerlei wettelijke regels voor. Wanneer de wet het over ‘autostoeltje’ heeft, worden er feitelijk drie verschillende soorten bedoeld: het baby-autostoeltje, het kinder-autostoeltje en de zittingverhoger. De keuze is afhankelijk van de leeftijd, het gewicht en de lengte van jouw kindje.

Veel veiliger

Het gebruik van een autostoeltje is niet alleen wettelijk verplicht, het vergroot de veiligheid van jouw kindje ook aanzienlijk. Autostoeltjes minimaliseren de ernst van letsels beter dan wanneer kinderen gordels voor volwassenen gebruiken. Het gebruik van autostoeltjes beperkt het aantal ernstige letsels in achterwaarts gerichte stoeltjes met ongeveer 90% ten opzichte van autogordels en in voorwaarts geplaatste stoeltjes met ongeveer 60% ten opzichte van autogordels. Uit de cijfers van Consument en Veiligheid blijkt dat bij veel ongevallen met kinderen die vervoerd werden in een autostoeltje de kinderen bij controle in het ziekenhuis geen letsel bleken te hebben.

Regelgeving voor vervoer kinderen

Vanaf 1 maart 2006 zijn er nieuwe regels voor het vervoer van kinderen (tot 18 jaar) in de auto. De regels komen er op neer dat kinderen kleiner dan 1,35 meter in een goedgekeurd kinderzitje moeten worden vervoerd. Volwassenen en kinderen groter dan 1,35 meter moeten de autogordel om en mogen zonodig ook een zittingverhoger gebruiken. Maar er zijn uitzonderingen. In de bus of de taxi bijvoorbeeld, is een kinderzitje niet verplicht.

De wet- en regelgeving voor het vervoer van kinderen is veranderd, omdat de oude regelgeving teveel ruimte liet om kinderen op een onveilige manier te vervoeren. Daarom is in Europa afgesproken dat er strengere regels nodig zijn voor het vervoer van kinderen in de auto. Deze regels hebben maar één ding tot doel: kinderen op een veilige manier in de auto vervoeren. Voor kinderen die kleiner zijn dan 1,35 m is het veiliger om ze te vervoeren in een goedgekeurd kinderzitje, omdat alleen een autogordel onvoldoende bescherming biedt. Autogordels zijn immers ontworpen voor volwassen, en kinderen zijn geen kleine volwassenen.

Gewichtsklassen

Zoals gezegd zijn er verschillende soorten autozitjes. In principe zijn ze onderverdeeld in vier verschillende gewichtsklassen. Groep 0+ is voor kinderen tot 13 kilo, groep 1 voor kinderen van 9 tot 18 kilo, groep twee voor kinderen van 15-25 kilo en groep 3 voor kinderen van 22-36 kilo. Binnen iedere klasse zijn er kinderzitjes in allerlei maten, vormen en volume.

Waar let je op bij de aankoop?

  • Koop een zitje dat is goedgekeurd volgens ECE 44/03, te herkennen aan het (vaak oranje) ECE-keurmerk op de achterkant van het autostoeltje. Extra voorzieningen aan het autostoeltje, zoals bijvoorbeeld een slaapstand, maken voor de veiligheid niet uit.
  • Koop altijd een autostoeltje dat past bij het gewicht van je kind. Het gewicht staat aangegeven op het keurmerk.
  • Koop geen tweedehands autostoeltje. Je weet nooit zeker of deze bij een botsing betrokken is geweest.
  • Let erop dat het autostoeltje goed in de auto past.
  • Controleer zowel voor- als achterin of de gordel ver genoeg uitgetrokken kan worden om het autostoeltje vast te zetten of dat de gordel wordt tegengehouden door gordelknoopjes.
  • Kijk of het autostoeltje goed past in de vorm van de autostoel.
  • De hoofdsteun van de autostoel mag niet in de weg zitten.
  • Kijk of het autostoeltje gemakkelijk te monteren is, ook achter in een tweedeursauto.
  • Lees de gebruiksaanwijzing van de auto. Hierin staat informatie over de veiligheid van kinderen.
  • Zorg dat de sluiting van de autogordel recht is ten opzichte van het autostoeltje. De sluiting mag niet op het frame van het autostoeltje rusten, omdat deze dan bij een botsing open kan springen.
  • Kijk of de gordel van het autostoeltje gemakkelijk te openen en te sluiten is en of het gordelsysteem makkelijk te verstellen is.
  • Kijk of het autostoeltje geschikt is voor gebruik in combinatie met een heup- en/of driepuntsgordel.
  • Wanneer een autostoeltje zowel een zit- als een slaapstand heeft, probeer dan beide posities in de auto uit, zodat je kunt zien of het autostoeltje goed in de autostoel past.
  • Kijk of het kind comfortabel in het autostoeltje zit, ook als het een dikke winterjas draagt.
  • Controleer of het hoofdje voldoende steun heeft en dat de bovenkant van de oren niet boven de rugleuning uitkomt.
  • Indien je het autostoeltje in meerdere auto's wilt gebruiken, let er dan op dat het makkelijk te bevestigen is en dat het niet te zwaar is.
  • Op het autostoeltje moet de route van de autogordel staan aangegeven.

Op pad met je baby

In principe mag je jouw kindje vrij kort na de geboorte meenemen in een autostoeltje dat bestemd is voor gewichtsgroep 0+. Het beste is het om het kind eerst te laten wennen aan zijn stoeltje door hem er niet langer dan een half uur in te laten zitten. Als je baby nog erg klein is, kun je een speciale zittingverkleiner aanschaffen of een opgerolde handdoek naast de baby leggen voor extra stevigheid. Laat een baby niet langer dan twee uur per dag in een autostoeltje zitten. Het sluit namelijk veel bewegingen uit en dat is slecht voor de motorische ontwikkeling van je kindje. Een enkele keer een lange autorit, bijvoorbeeld tijdens een vakantie, heeft echt niet meteen desastreuze gevolgen voor de motorische ontwikkeling van je kindje. Let er tijdens zo'n rit wel goed op dat je voldoende lange pauzes neemt.

Isofix

Isofix is een relatief nieuw bevestigingssysteem voor kinderzitjes. Het is zonder gebruik van de autogordels toepasbaar. In de auto zelf worden bevestigingspunten aangebracht, waarop je het kinderzitje kunt aanbrengen. Doordat het autostoeltje direct aan de carrosserie van de auto wordt bevestigd, verbetert de bescherming. Aan de achterkant van het autostoeltje zitten twee uitsteeksels. In de auto zitten tussen de rugleuning en de zitting twee 'ankers'. De uitsteeksels klik je heel gemakkelijk in de 'ankers' en je autostoeltje zit vast. Een eventueel derde bevestigingspunt is er bij autostoeltjes met een zogenaamde 'top tether'. Hierbij wordt de bovenzijde van het autostoeltje met behulp van een riem aan de auto vastgezet. In de auto met moet dan ook een haak zijn gemonteerd op bijvoorbeeld de hoedenplank, de bodem van de kofferruimte of de achterkant van de rugleuning. Met één klik is het autozitje optimaal beveiligd. Geen gedoe meer met gordels en weinig kans dat het kinderzitje verkeerd wordt aangebracht. Bovendien zit er minder speling in dit systeem, een voordeel voor de veiligheid van jouw hummeltje. Nadeel is dat de Isofixzitjes nog niet overal verkrijgbaar zijn, en bovendien pittig geprijsd. Wanneer je ervoor kiest om een Isofixsysteem aan te schaffen, let er dan op dat je kiest voor een model met drie bevestigingspunten. Een stoeltje met slechts twee bevestigingspunten kan leiden tot kantelen van het stoeltje bij een frontale botsing. Bovendien zijn de modellen met drie bevestigingspunten – in tegenstelling tot die met twee bevestigingspunten – universeel bruikbaar. Met 'universeel' wordt bedoeld dat het autostoeltje gebruikt mag worden in alle auto's die voorzien zijn van Isofix-bevestigingspunten. Een Isofix-autostoeltje kan overigens ook in auto's zonder zo’n bevestigingssysteem geplaatst worden met behulp van de autogordel. Het stoeltje kan dus gewoon gebruikt worden door oppas, of familie zonder zo’n Isofix-systeem.

Airbags

Door de kracht waarmee een airbag zich opent bij een ongeval, kunnen kinderen levensgevaarlijk gewond raken. Heeft een auto een passagiersairbag zet dan NOOIT een baby-autostoeltje of een kinderautostoel op de passagiersplaats. Liever ook niet wanneer de airbag is uitgeschakeld. Kinderen onder de 9 jaar lopen gevaar als ze bij een airbag zitten. Wil je een kind van 9 jaar of ouder op de passagiersstoel vervoeren, zet de stoel dan zo ver mogelijk naar achteren om de afstand tot de airbag zo groot mogelijk te maken. Vervoer ook nooit een kind op de passagiersstoel als de airbag is uitgeschakeld. Er is een ongeval bekend waarbij de uitgeschakelde airbag alsnog door de klap van de botsing ontplofte. Gevolg: kindje dood. De kans bestaat bovendien dat je in de haast wel eens vergeet de airbag uit te zetten. Autofabrikanten zijn sinds kort verplicht klanten te waarschuwen voor het gevaar van een airbag op de plaats naast de bestuurder. Fabrikanten van baby-autostoeltjes zijn dit al verplicht sinds eind 1999.

Gebruiktips

  • Is je auto voorzien van een passagiersairbag, zet je kind dan niet in een autostoeltje op de voorstoel. Bij een botsing kan het kind levensgevaarlijk gewond raken. Vervoer je kind ook niet op die plek wanneer je de airbag hebt uitgeschakeld. Er zijn gevallen bekend waarbij een uitgeschakelde airbag onbedoeld toch in werking trad. Ook een zij-airbag geeft risico's voor jonge kinderen. Kinderen vanaf twaalf jaar kunnen wel voorin een auto met airbag worden vervoerd.
  • Het goed monteren in de auto van een autostoeltje is van essentieel belang voor het veilig vervoeren van je kind: lees de gebruiksaanwijzing van het autostoeltje zorgvuldig en volg de instructie nauwkeurig op. Als je het autostoeltje op een andere manier gebruikt dan voorgeschreven is, breng je je kind in gevaar.
  • Het komt voor dat oudere auto's niet voorzien zijn van autogordels op de achterbank. Laat dan alsnog, als het mogelijk is, door een officiële dealer autogordels monteren. Ook te korte gordels kunnen vervangen worden.
  • Het autostoeltje mag na montage nog maar een beetje speling hebben in voor- en zijwaartse richting.
  • Zorg ervoor dat alle bagage of andere objecten die in een auto aanwezig zijn, vastliggen. In geval van een botsing worden losliggende objecten levensgevaarlijke projectielen. Leg om diezelfde reden ook niets los op de hoedenplank. Onder losse objecten verstaan we ook een autostoeltje of een zittingverhoger dat niet gebruikt wordt, maar wel los in de auto ligt.
  • Zorg ervoor dat de ruimte tussen het kind en de gordeltjes van het autostoeltje maximaal twee vingers is.
  • Let erop dat de gordeltjes van het autostoeltje op schouderhoogte of daarboven zitten.
  • Let er bij groep 2 en 3 zittingverhogers op dat het diagonale gedeelte van de autogordel niet te dicht langs de hals van het kind loopt. Dit zou tijdens een ongeval tot ernstig letsel kunnen leiden. Bij groep 2 en 3 zittingverhogers die een gordelgeleider of rugleuning hebben, is dit meestal goed te doen. Let er ook op dat het heupgedeelte van de autogordel over de bovenbenen en heupen loopt en niet over de buik van het kind.
  • Dek de metalen delen van het autostoeltje af. Door het zonlicht kunnen de metalen delen heet worden, waardoor je kind zich kan branden.
  • Gebruik altijd het kinderslot op de achterportieren, indien aanwezig.
  • Gebruik het autostoeltje altijd, ook voor kleine ritjes.
  • Gebruik altijd de originele bekleding van het autostoeltje. De bekleding maakt namelijk deel uit van het energieabsorberend vermogen van het autostoeltje. Bij een botsing zorgt dit vermogen ervoor dat de kracht van de klap wordt teruggebracht. Breng dus nooit een wijziging aan aan het autostoeltje. Het autostoeltje is dan niet langer meer goedgekeurd.
  • Laat je kind nooit alleen in de auto in een autostoeltje achter. De kans bestaat dat het kind uit het gordelsysteem van het autostoeltje probeert te raken en zodoende zichzelf verwondt of erger, zichzelf wurgt.
  • Zet een autostoeltje met kind niet op een tafel of verhoging.
  • Vervang een autostoeltje als het betrokken is geweest bij een ongeval en belast is geweest. Doe dit ook als je aan de buitenkant geen beschadiging ziet. De structuur van het kunststof kan namelijk wel degelijk aangetast zijn door bijvoorbeeld haarscheurtjes. Het autostoeltje is dan niet langer meer veilig.
  • Gebruik een autostoeltje liever niet langer dan zes jaar. De levensduur van een autostoeltje is namelijk beperkt, omdat de kunststof onderdelen verouderen.

Geschreven door: Redactie

Maak je keuze

Nederlands Vlaams ×

Welkom Vlaamse mama's!

Mamaenzo.nl heeft vanaf nu ook een Vlaams zusje.

Neem een kijkje op mamaenzo.be

Nee, bedankt. Ik blijf op mamaenzo.nl