Heeft jouw kind hechtingsproblemen? Zo kan je dit herkennen!

Zodra een kind wordt geboren, ontstaat er in de jaren erna meestal een natuurlijke hechting tussen ouder en kind. Maar soms verloopt dit proces niet zoals het moet. Hierdoor kunnen hechtingsproblemen ontstaan. 

Hechting tussen kind en ouder is een lopend proces, dat meegroeit en zich constant aanpast aan nieuwe situaties. Het zorgt ervoor dat kinderen zelfvertrouwen ontwikkelen en vertrouwen krijgen in de medemens. De relatie met de ouder zal als voorbeeld dienen voor allerlei andere relaties die kinderen in hun leven aan zullen gaan.

Soms ervaart een kind hechtingsproblemen. Kinderen vertonen dan vaak bepaald gedrag, waardoor dit soms door de ouders of door bijvoorbeeld leraren kan worden opgepikt. Er bestaan verschillende vormen van hechtingsstoornissen. Die lees je in dit artikel.

Symptomen die kunnen duiden op hechtingsproblemen

Als we het hebben over hechtingsproblemen, dan zijn er vaak bepaalde afwijkingen in gedrag van het kind die dit aantonen. Deze symptomen verschillen sterk per kind. Sommigen vertonen misschien helemaal geen veranderingen in gedrag. Maar soms kunnen leraren ook veranderingen opmerken in het leerpatroon van kinderen op school.

Veranderingen in gedrag

  • Druk en chaotisch
  • Snel boos en/of agressief
  • Twee gezichten: thuis anders dan op school
  • Erg lichamelijk aanhankelijk of juist teruggetrokken
  • Oppervlakkig contact
  • Gespannen, nerveuze indruk
  • Manipuleren binnen relatie
  • Aantrekken en afstoten van andere kinderen
  • Weinig vaste relaties, veel vluchtige contacten
  • Wantrouwen naar volwassenen en problemen met het aanvaarden van gezag

Veranderingen in leerpatroon

  • Rekenproblemen
  • Beperkt inzicht in oorzaak en gevolg
  • Concentratieproblemen
  • Weinig belangstelling voor leren, de school en de toekomst
  • Wisselende of geringe motivatie
  • Faalangst
  • Gaat niet zuinig om met materiaal
  • Moeite met plannen en tijdsverloop

Als leraren bovenstaande veranderingen merken in het leerpatroon van het kind, zal het hoogstwaarschijnlijk contact opnemen met de ouder om deze symptomen te bespreken. Hoe kinderen met hechtingsproblemen reageren en welke symptomen zij laten zien, is bij elk kind anders. Bovenstaande herkenningspunten zijn dus algemene stelregels.

Behandeling van een hechtingsprobleem

Als een kind een onveilige hechting heeft gehad vanaf geboorte tot aan de leeftijd van 6 jaar, is dit vaak nog te herstellen. Door je als ouder of verzorger gevoelig, ontvankelijk en responsief op te stellen, kan het kind toch weer het vertrouwen in de verzorger krijgen, waardoor er alsnog een hechtingsproces op kan treden.
Als het kind ouder is dan 6 jaar, is het moeilijker om hechtingsproblemen permanent op te lossen. Terugvallen komen dan vaker voor.

Hechtingsproblemen zijn gelukkig vaker uitzondering dan regel. Bij het overgrote deel van de kinderen verloopt dit proces probleemloos. Toch zijn er bepaalde groepen die een groter risico lopen op een onveilige hechting:

  • Adoptie- of pleegkinderen
  • Kinderen met aangeboren afwijkingen of stoornissen
  • Huilbaby’s of temperamentvolle kinderen
  • Kinderen of prematuren die lang in het ziekenhuis hebben gelegen
  • Een kind met een overleden ouder(s)
  • Kinderen uit gebroken gezinnen
  • Vluchtelingen
  • Kinderen in armoede of met een slechte woonomgeving
  • Een kind met ouder(s) met een geestelijke afwijking
  • Kinderen van tienermoeders
  • Een kind van ouders die zelf niet goed gehecht zijn
  • Kinderen van ouders die zelf verwaarloosd of mishandeld zijn

Kinderen met een instabiel leven of jeugd, hebben meer behoefte aan een veilige hechting. Uit onderzoek blijkt dat hechtingsproblemen bij de bovenstaande groep iets vaker voorkomt dan bij andere kinderen.

Bron: Wij-leren.nl

Lees ook:

Reageer op artikel:
Heeft jouw kind hechtingsproblemen? Zo kan je dit herkennen!
Sluiten