Hoe & wat: prenataal onderzoek

Je bent in verwachting! Fijn, maar er komt ook veel op je af. Er zijn allerlei prenatale onderzoeken die je kunt laten doen om te kijken of je kindje wel gezond is. Maar wanneer kun je welke test doen? En wil je dat eigenlijk wel? Mama en Zo zet de feiten voor je op een rij.

Combinatietest

Iedere zwangere vrouw heeft recht op de combinatietest. Dit is het eerste standaard onderzoek dat je kunt laten afnemen. Of je deze ook wilt laten afnemen, is je eigen keuze. Het grote voordeel van de combinatietest is dat deze risicovrij is voor je baby. De combinatietest bestaat uit een bloedonderzoek en een nekplooimeting van de baby.

1) Bloedonderzoek
Als je tussen de negen en veertien weken zwanger bent, kun je je bloed laten onderzoeken. Bepaalde stoffen geven dan het risico op een kind met het Downsyndroom aan. Uit de resultaten van het bloedonderzoek blijkt of je kind een verhoogde kans heeft op het syndroom van Down.

Als het te laat is voor de combinatietest wordt tussen de vijftiende en achttiende week een tripletest (bloedtest) gedaan. Lees hier alles over de tripletest.

2) Nekplooimeting
De nekplooimeting vindt via een echo tussen de elfde en veertiende week van je zwangerschap plaats. De nekplooi is een dun vochtlaagje onder de huid. Dit laagje vocht is altijd aanwezig, ook bij gezonde kinderen. Maar met de echo bekijken ze dit laagje vocht omdat hoe dikker de nekplooi is, hoe groter de kans is dat je kind het Downsyndroom heeft. Als de nekplooi dikker is dan normaal, is er ook een grotere kans op andere afwijkingen, bijvoorbeeld aan het hartje. Lees hier alles over de nekplooimeting.

Uitslag combinatietest
De uiteindelijke uitslag van de combinatietest bepaald, gecombineerd met de leeftijd van de moeder en de precieze duur van de zwangerschap, het risico dat je kind het Syndroom van Down heeft. Wel is de uitslag slechts een schatting. Een verhoogd risico betekent dus niet per definitie dat je kind het Syndroom van Down heeft. Er is een verhoogde kans op een kind met Downsyndroom als de uitslag hoger dan 1 op 200 of op een getal lager dan 200 is. Als dit het geval is, kom je in aanmerking voor een vervolgonderzoek: een vruchtwaterpunctie of de vlokkentest

Vruchtwaterpunctie

Wanneer krijg je dit onderzoek?
Een vruchtwaterpunctie wordt alleen gedaan bij vrouwen met een verhoogd risico op een baby met een aandoening. Dit is het geval wanneer je 36 jaar of ouder bent, je een verhoogd AFG-gehalte had, de uitslag van je onderzoek op het downsyndroom afwijkend was of je een verhoogde kans hebt op een kind met een erfelijke afwijking.

Hoe werkt het?
Met een vruchtwaterpunctie kan getest worden op chromosoomafwijkingen, zoals het Downsyndroom. Maar er kan ook getest worden of je ongeboren baby een open ruggetje of open schedel heeft. De vruchtwaterpunctie vindt meestal rond de zestiende week van je zwangerschap plaats. Met een naald wordt er dan via de buikwand vruchtwater afgenomen. Nadeel van de vruchtwaterpunctie is dat deze redelijk laat in de zwangerschap plaatsvindt en er een kleine kans op een miskraam bestaat (circa 3 tot 4 op de 1000 onderzoeken). Lees hier alles over de vruchtwaterpunctie.

Vlokkentest

Wanneer krijg je dit onderzoek?
De vlokkentest wordt alleen afgenomen bij vrouwen met een verhoogd risico op een baby met een aandoening. Dit is het geval wanneer je 36 jaar of ouder bent, je bent zwanger geraakt na een ISCI-behandeling, je eerder een kindje hebt gekregen met een chromosomale afwijking, er stofwisselingsziekten in de directe familie voorkomen of als jij of je partner drager zijn van een chromosomale afwijking of DNA-afwijking.

Hoe werkt het?
Bij de vlokkentest wordt er een beetje weefsel van de placenta uit de baarmoeder weggenomen. Dit kan op twee manieren: via de buikwand of via de vagina. Het grote voordeel van de vlokkentest is dat het erg nauwkeurig is. Het weefsel dat word afgenomen heeft namelijk in 98 tot 99 van de 100 gevallen dezelfde samenstelling als de chromosomen van je ongeboren baby. Net als bij de vruchtwaterpunctie is het nadeel van de vlokkentest, de kleine kans op een miskraam (circa 3 tot 4 op de 1000 onderzoeken). Lees hier alles over de vlokkentest.

Laatste reactie
0 reacties totaal
Nog geen reacties
Praat mee op het forum
Reageer op artikel:
Hoe & wat: prenataal onderzoek
Sluiten