Inbakeren: wanneer mag het en hoe werkt het?

Het inbakeren van je baby is een oeroude traditie, waarbij je je baby in een doek wikkelt, van zijn schouders tot zijn voeten. Onrustige en wakkere baby’s kunnen hier rustiger van worden, omdat ze zich veilig en geborgen voelen. Ook eens proberen?

In dit artikel lees je alles over inbakeren.

Inbakeren

Is je kind erg prikkelbaar, druk of heb je een huilbaby? Dan kan je je baby inbakeren. Inbakeren is het in doeken wikkelen van een baby van zijn schouders tot voeten. De armen zitten strak ingewikkeld, de benen iets losser.

Inbakeren kan helpen om je baby rustiger te krijgen, omdat hij zich veilig voelt en als het ware geen kant op kan. Het doet hem denken aan de baarmoeder, een vetrouwd gevoel dus! Ook voor drukke baby’s is inbakeren een oplossing, al is het maar omdat ze zichzelf niet wakker kunnen zwaaien met hun armpjes.

Deskundige raadplegen

Het traditionele inbakeren is niet zo makkelijk. Het is dan ook goed om hiervoor eerst tips te vragen bij een deskundigen. Want hoe strak wikkel je je kind in en wat is comfortabel en ongevaarlijk? Bovendien mogen de beentjes van een baby pas na zes maanden strak ingewikkeld worden, voor die tijd moeten de beentje in de zogenaamde ‘kikkerstand’ blijven.

De deskundige kan veel uitleg geven over de techniek, hoe te voorkomen dat je baby het te koud of te warm krijgt, de lichamelijke ontwikkeling van de baby en wanneer en hoe het inbakeren weer af te bouwen.

Wanneer stoppen?

Het advies luidt om het inbakeren vanaf vier maanden weer af te bouwen en uiterlijk met zes maanden te stoppen. De reden: dit is het moment waarop de meeste baby’s naar hun buik kunnen rollen. En dat is gevaarlijk als ze ingebakerd zijn.

Zie je dat je baby begint met rollen in de box of op het speelkleed? Bouw dan het inbakeren af. Doet je baby ingebakerd een poging tot omdraaien? Stop dan direct met inbakeren.

De bakerzak als alternatief

Makkelijker in gebruik is de bakerzak. Die bestaat uit drie delen: de buitenzak, een ingenaaid hesje en een cape. De buitenzak lijkt veel op een gewone babyslaapzak, maar heeft geen armsgaten. Je baby kan dus niet met de armen zwaaien of krabben aan het gezicht. Om de veiligheid te optimaliseren is de neklijn kleiner gemaakt dan die van een gemiddelde babyslaapzak.

De slaapzak sluit door middel van een rits, uiteraard van boven naar beneden. Onderaan de bakerzak zitten twee touwtjes waarmee de bakerzak bij elkaar gebonden kan worden zodat de kans op omrollen naar de buik sterk wordt verkleind. Het hesje is stevig in de buitenzak genaaid om ervoor te zorgen dat de slaapzak op zijn plaats blijft.

Meer lezen?

Reageer op artikel:
Inbakeren: wanneer mag het en hoe werkt het?
Sluiten