Kunstmatige Inseminatie (KI)

Soms zijn er wel voldoende zaadcellen aanwezig, maar zwemmen ze niet hard genoeg. Oftewel: ze komen op een of andere manier niet voorbij de baarmoedermond. Kunstmatige Inseminatie (KI) kan dan een oplossing bieden. Ook voor bijvoorbeeld vrouwen met vaginisme of lesbische stellen kan Kunstmatige Inseminatie een uitkomst zijn.

Kunstmatige inseminatie wordt over het algemeen toegepast bij koppels die te maken hebben met een verminderde zaadkwaliteit, wanneer er antistoffen tegen sperma in het baarmoederhalsslijm aanwezig is of wanneer er sprake is van onverklaarbare onvruchtbaarheid. Ook paren bij wie het zaad is ingevroren (bijvoorbeeld omdat de man bestraling moest ondergaan) kunnen van kunstmatige inseminatie gebruik maken. Ook wanneer er ovulatieproblemen zijn, er sprake is van vaginisme of wanneer de man te vroeg klaarkomt kan er worden gekozen voor KI. Tenslotte wordt de techniek gebruikt door alleenstaande vrouwen en lesbische koppels. In de laatste gevallen wordt er gebruik gemaakt van donorzaad. Er zijn eigenlijk drie inseminatietechnieken: Kunstmatige Inseminatie (KI), IUI (Intra Uteriene Inseminatie) en KID (kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). De minst ingrijpende van de drie is KI, ook wel KIE genoemd (Kunstmatige Inseminatie met zaad van de Eigen partner).

Hoe werkt het?

In het ziekenhuis, in het zogenoemde ‘herenkamertje’ moet de man zich aftrekken. Het door hem geproduceerde sperma wordt vervolgens in het laboratorium opgewerkt. Dit betekent dat er met behulp van een zogenaamde centrifuge wordt gekeken welke zaadcellen het meest beweeglijk zijn. Daarna wordt het opgewerkte zaad ingebracht. Dit gebeurt op het meest vruchtbare moment in de cyclus, hoog in de schede, bij de baarmoedermond. Het wordt gedaan met behulp van een spuitje waar een slangetje aan zit. Dit is in de meeste gevallen pijnloos. Het is gebruikelijk drie tot zes cycli op deze manier te insemineren. Als er dan geen zwangerschap is ontstaan, kan een arts voorstellen over te gaan tot IUI of IVF.

Wanneer insemineren?

De inseminatie moet plaatsvinden rond het tijdstip van de ovulatie (eisprong). Om het juiste moment van de inseminatie vast te stellen moet de vrouw haar temperatuur al enkele maanden bijgehouden hebben. Een andere manier om de vruchtbare periode vast te stellen is het gebruik van ovulatietesten. Daarnaast kan de arts door middel van een inwendige echoscopie controleren of er een rijpe eicel in de eierstok aanwezig is. Als de vrouw een onregelmatige cyclus heeft of (wellicht) niet ovuleert, wordt met behulp van een hormoonpreparaat de cyclus geregeld.

Reageer op artikel:
Kunstmatige Inseminatie (KI)
Sluiten