Behangen doe je zó

Behangen doe je zó

Behang is een mooie en veelzijdige manier om een nieuwe look te creëren in je huis. En behangen is echt niet zo moeilijk als het lijkt. Zeker niet na onze spoedcursus behangen.

Doe het lekker zelf

Een professionele behanger kost gemiddeld zo’n 30 tot 40 euro per uur. Voor dat geld kun je het makkelijk zelf doen. Zorg dat je goed voorbereid bent, de juiste spullen hebt en volg onderstaande stappen.

Stap 1

Zorg dat je het juiste gereedschap hebt om te behangen. Je kunt je eigen gereedschap kopen, maar bij de meeste bouwmarkten kun je bepaalde dingen ook huren.

Dit heb je nodig:

  • Behang
  • Behangtafel
  • Behanglijm
  • Stanleymes/hobbymes
  • Waterpas(min 80cm) of loodlijn
  • Een goed potlood
  • Behangafsteker
  • Afstoomapparaat of afweekmiddel
  • Schaar
  • Insmeerborstel
  • Uitwrijfborstel
  • Behangroller

Stap 2

Zorg dat je genoeg behang hebt. Meet het totale muuroppervlak dat je wilt behangen. Als dat door vijf deelt heb je ruwweg het benodigd aantal rollen. Behang met een patroon moet op elkaar aanpassen dus je verliest meer papier. Houd daar rekening mee en koop extra rollen.

Tip! Koop rollen met hetzelfde serienummer, anders kan de kleur wel eens een tikje verschillen. Koop liever te veel dan te weinig. Ongebruikte rollen mag je vaak terug brengen.

Stap 3

Bij behangen is de voorbereiding heel belangrijk. Voor het mooiste resultaat moet de muur voor het behangen schoon, glad en scheurvrij zijn. Oud behang moet er af. Een vervelend karwei, maar het eindresultaat is het waard. Smeer het oude behang in met afweekmiddel, laat het intrekken en verwijder het met een plamuurmes. Je kunt ook een stoommachine huren om het behang er af te stomen.

Tip! Gebruik op oneffen muren reliëfbehang. Dan vallen de oneffenheden minder op.

Stap 4

Meet de breedte van het behang. Trek daar 2cm vanaf en zet op die afstand een streepje op de muur (meet vanuit één van de hoeken). Teken op dat punt een loodrechte verticale lijn op de muur met behulp van een waterpas of schietlood. Een schietlood of loodlijn is een koord met een stuk metaal aan het einde. Als je het met een punaise of spijker bij de muur in het plafond slaat, hangt het loodrecht naar beneden.

Tip! Zorg dat de temperatuur in de kamer een dag voordat je begint met behangen minstens 18°C is. Zo voorkom je die lelijke bobbels onder je behang. Houd ook de ramen tijdens en na het behangen dicht.

Stap 5

Maak de behanglijm aan. Volg de aanwijzingen op het pak, roer goed en zorg dat er geen klonters in de lijm zitten.

Tip!  Tegenwoordig kun je bij de meeste behangwinkels en bouwmarkten Smartpaper kopen, behang waar je de lijm niet op het behang aanbrengt maar direct op de muur.

Stap 6

Meet de hoogte van de kamer op verschillende plaatsen. Maak de behangbanen 10cm langer dan het hoogste punt. Snijd of knip een voorraad banen behang op maat. Als je behang hebt met een patroon, zorg dan dat het patroon op elkaar aansluit door ze op hetzelfde punt te knippen.

Stap 7

Leg een behangstrook op de plaktafel en smeer hem in met lijm. Smeer ook de hoeken goed in. Vouw de baan in losse vouwen met de gelijmde kanten op elkaar. Kijk op de aanwijzingen bij het behang of en hoe lang de lijm moet intrekken.

Stap 8

Pak de eerste behangbaan en vouw een deel open. Begin aan de bovenkant en zorg dat je bij het plafond minimaal 3cm overhoudt. Breng het behang langs de getekende loodlijn aan. De eerste baan is het belangrijkste. Als die recht op de muur wordt geplakt, is de kans groot dat de rest van de banen ook recht zullen zijn.

Tip! Zorg dat je ladder hoog genoeg is om overal bij te kunnen. Draag stevige schoenen.

Stap 9

Wrijf het behang tegen de muur met behulp van een behangborstel of -roller.

Tip! Kijk uit met behangrollers. Als je te stevig rolt, kun je blijvend zichtbare profielafdruk achterlaten. Druk kunststofbehang met een roller aan. Gebruik voor papierbehang een behangborstel.

Stap 10

Met behulp van een stanleymes/hobbymes en een behangliniaal snij je het extra behang tegen het plafond en de grond af.

Stap 11

Ga aan de slag met de volgende baan. Leg hem strak tegen de eerste baan aan of laat hem iets overlappen (dit hangt van het type behang af, lees de aanwijzingen). Zorg dat de patronen netjes op elkaar aansluiten. Druk de naden aan met een nadenroller.

Stap 12

Als je bij een hoek komt, sluit je de strook aan op de vorige baan. Wrijf het eerste deel tegen de muur, knip de overlap met het plafond in tot in de hoek. Wijf de rest van de baan op de tweede muur vast.

Tip! Voordat je het behang aanwrijft op de tweede muur, duw je met je vinger het behang goed in de hoek.

Stap 13

Als de hoek niet helemaal haaks (recht) is, kan het zijn dat de naad op de tweede muur scheef zit. Teken dan een nieuwe loodlijn en snijd de baan recht af. Ga dan verder met de volgende baan.

Stap 14

Als je een stopcontact tegenkomt, moet je de stroom uitschakelen. Verwijder het afdekplaatje en plak het behang over het stopcontact. Knip of snijd een kruis waar het stopcontact zit. Trek voorzichtig de punten één voor één weg. Knip ze iets kleiner af dan de grootte van het afdekplaatje en zet het plaatje er weer op.

Stap 15

Bewaar de muur met ramen voor het laatst. Dan kun je de restjes van behangrollen gebruiken voor de korte stukjes.

Stap 16

Laat het behang goed drogen. Zitten er de volgende dag stukjes los, bestrijk ze dan met een beetje lijm en plak ze opnieuw vast. Als er luchtblaasjes zijn, snijd ze dan voorzichtig in, lijm ze vast en strijk ze glad.

Geschreven door: Redactie