Tien tips bij pech onderweg

Tien tips bij pech onderweg

Het is hoog tijd het gerucht dat vrouwen en auto’s niet samen gaan de wereld uit te helpen. Mama en Zo zorgt ervoor dat je goed voorbereid de auto in stapt. Zodat je, als pech toch toeslaat, weet je wat je te doen staat.

1) Leer je auto kennen

Je hoeft je auto echt niet in en uit elkaar te kunnen halen. Maar het is wel een goed idee om eens onder de motorkap te duiken om te zien wat daar allemaal te vinden is. Weet waar de olie en de koelvloeistof horen, waar de accu zit, waar je reserveband ligt en welk gereedschap bij je auto hoort. Bewaar de handleiding van je auto in je dashboardkastje.

2) Gereedschap

Bij sommige auto’s komen levert de fabrikant wat extra gereedschap, maar dat is niet altijd van erg hoge kwaliteit. Rust je auto uit met betrouwbaar gereedschap, zodat je bij pech niet voor nog meer onaangename verrassingen komt te staan.

  • een krik
  • een sleepkabel
  • startkabels
  • een compressor 12 Volt (handig apparaat om je banden op te pompen)
  • een setje schroevendraaiers
  • een waterpomptang en een kniptang
  • een wielmoersleutel
  • een rol isoleer tape en een rol duct tape
  • een lege jerrycan

3) Extra’s

Behalve gereedschap is het handig om nog wat andere spullen in je auto te leggen voor het geval je onderweg pech krijgt. Als je bepaalde reserveonderdelen zoals lampen en zekeringen bij je hebt, kun je ze eenvoudig (laten) vervangen als er iets mis gaat. Dit is extra belangrijk als je naar het buitenland gaat, omdat het daar moeilijk kan zijn de juiste onderdelen te vinden.

  • een set reservelampen en zekeringen (die zijn in sommige landen zelfs verplicht)
  • een bus motorolie
  • het instructieboekje van je auto
  • een brandblusser
  • een zaklantaarn
  • een verbanddoos (vaak ook verplicht in het buitenland)
  • een deken
  • vochtige doekjes (om je handen schoon te maken)
  • een fles water
  • een gevarendriehoek (in veel landen verplicht)

4) Lekke band

Stoepranden, spijkers en scherven zijn dé vijanden van je autobanden. Als je een spijker in je band ziet, maar je band is nog niet lek, laat hem er dan inzitten tot je thuis bent. Zodra je de indringer er uithaalt, loopt de lucht uit je band. Als je dan al thuis bent, kun je op je gemak de band verwisselen. Als je tijdens het rijden merkt dat je een lekke band hebt, raak dan niet in paniek. Ga niet op de rem staan, maar minder langzaam vaart en ga zo snel mogelijk naar de kant van de weg of de vluchtstrook. Blijf niet op je lekke band rijden. Het is niet alleen slecht voor je auto, maar ook gevaarlijk en verboden.

5) Band verwisselen

Voor een lekke band mag je gerust de wegenwacht bellen, maar je kunt hem ook zelf verwisselen.

  • Zet je auto op de handrem en in zijn eerste versnelling. Hierdoor blokkeren de wielen en rijdt de auto niet weg als je hem opkrikt.
  • Haal met behulp van een platkopschroevendraaier de wieldoppen er af.
  • Voordat je de auto opkrikt, check je eerst of de ondergrond stevig is en draai je de wielmoeren een slag los. De wielmoeren zitten vaak goed vast, dus zet daarom rustig kracht met je voet op de wielmoersleutel.
  • Krik de auto op (volg de aanwijzingen bij de krik en in de handleiding van je auto) tot het wiel met de lekke band van de grond komt.
  • Verwijder de wielmoeren.
  • Schop tegen het wiel om het los te krijgen en haal het eraf.
  • Zet het reservewiel erop. De gaten in het wiel passen op de bouten.
  • Duw het reservewiel zo ver mogelijk naar achteren (het is waarschijnlijk dunner dan je normale wiel).
  • Draai de moeren om en om weer vast en draai ze heel goed aan.
  • Kijk of er een maximum snelheid op de band staat. Meestal zijn reservewielen ‘thuiskomertjes’ die niet geschikt zijn voor hoge snelheden of lange afstanden.
  • Ga zo snel mogelijk naar de garage om je lekke band te laten plakken of te vervangen.

Mama en zo tip: Controleer je reserveband van tijd tot tijd. Zo voorkom je dat je je lekke band vervangt met een lekke reserveband.

6) Lege accu

Een lege accu is één van de meest voorkomende problemen. Je krijgt een lege accu als je je lichten hebt laten branden, maar ook als je auto enkele weken stil heeft gestaan in de kou. Gelukkig ben je – met behulp van een andere auto en startkabels – zo weer op weg.

  • Parkeer de hulpauto met de volle accu tegenover jouw auto.
  • Zet bij beide auto’s de motor af, de handrem erop en de versnelling in vrij.
  • Zet alle elektrische apparatuur in de auto af – ook je radio!
  • Bij startkabels is de rode kabel de pluspool is en de zwarte kabel de minpool. Op de accu zijn deze polen duidelijk aangegeven met een plus- en minteken. Naast deze plus- en mintekens op de accu zitten metalen dopjes waar je de klemmen aan bevestigd.
  • Sluit eerst de rode pluspool kabel aan de volle accu en daarna pas aan de lege accu. Doe dit ook met de zwarte minpool kabel: eerst aan de volle accu en daarna aan de lege accu.
  • Als de kabels zijn aangesloten, kun je de auto met volle accu starten en hem op zijn plaats laten draaien. Start jouw auto en wacht totdat deze goed loopt. Als de motor van jouw auto niet goed draait, zet hem dan weer af. Laat de motor van de hulpauto draaien en wacht vijf minuten. Probeer het dan nog eens.
  • Zodra je auto weer start, kun je de auto’s uitzetten. Let op bij het losmaken van de startkabels en maak ze in omgekeerde volgorde los. Haal de zwarte kabel uit jouw auto en pas daarna uit de hulpauto. Maak dan de rode kabel los.
  • Als je auto weer opgestart is, kun je het beste een kwartier rijden, zodat de dynamo van de accu weer helemaal kan opladen.

7) V-snaar

Als je auto bij het optrekken een hoog, gierend geluid maakt, kan het betekenen dat je V-snaar is gaan slippen. Laat de snaar zo snel mogelijk aanspannen. Als je dat niet doet, verdwijnt het geluid uiteindelijk, maar dat is juist een slecht teken. Dat betekent dat de V-snaar verder is geslipt en kan hij uiteindelijk breken. Als je de V-snaar laat vervangen, vraag dan je oude V-snaar terug. Bewaar die in je auto. De Wegenwacht kan hem als noodsnaar gebruiken. Je nieuwe V-snaar kan na het inrijden wat slapper worden. Laat hem voor de zekerheid na een paar honderd kilometer even aanspannen.

8) Oververhitting

Je ziet het wel eens in films – auto’s waar witte rook vanonder de motorkap komt. Dit wordt meestal veroorzaakt door een oververhitte motor. Dat kan gebeuren als er te weinig koelvloeistof is door bijvoorbeeld een lekkage of een niet werkende ventilator.

  • Laat de motor minstens een kwartier afkoelen en controleer dan het koelvloeistofpeil. Als dit te laag is, kan er sprake zijn van lekkage.
  • Kijk de koelwaterslangen na op scheurtjes of los zittende slangklemmen en de radiateur op sporen van vocht (witgroene kalksporen).
  • Je kunt de ventilator controleren door de motor te starten en – terwijl je zachtjes gas geeft – te laten draaien tot de temperatuurmeter op driekwart van zijn bereik staat. Dan moet de ventilator vanzelf aanslaan. Je kunt hem horen zoemen onder de motorkap. Hoor je geen gezoem dan weet je dat er een probleem is met de ventilator of de aansturing ervan.
  • Als je toch verder moet, ga dan rijden met de verwarming op maximaal en de blower aan. Zo kun je je motor toch tijdelijk koelen.

9) Kapotte lamp

Als je merkt dat tegenliggers steeds naar je knipperen, kan dat natuurlijk betekenen dat je er vandaag super uit ziet, maar het is waarschijnlijker dat één van de koplampen het niet meer doet. Soms is het heel eenvoudig om de lampjes te verwisselen. Zorg in dat geval dat je een reservesetje in de auto het liggen. In de handleiding van je auto staat welke lampjes geschikt zijn voor jouw auto en hoe je ze moet vervangen. Raak het glas van de lampjes niet met je blote handen aan. Het vet op je huid kan door de hitte in het glas branden en een zwarte aanslag geven. Als het niet mogelijk is om de lampjes te vervangen, kun je beter zo snel mogelijk naar de garage gaan. Het is gevaarlijk om met kapotte lampen rond te rijden en je riskeert een flinke boete.

10) Hulp onderweg

Zorg dat je lid wordt van een pechdienst. Dan hoef je geen zorgen meer te maken dat je aan de kant van de weg strandt. Er zijn verschillende bedrijven die pechdiensten aanbieden en het kan ook zijn dat je via je leasemaatschappij of autodealer recht hebt op hulp onderweg. Kijk niet alleen naar de lidmaatschapskosten, maar ook naar wat je krijgt voor je geld. Sommige pechdiensten proberen eerst je auto te repareren terwijl anderen meteen je auto weg willen slepen naar de garage. De sleepkosten komen dan wel voor jouw rekening.

Geschreven door: Redactie

Maak je keuze

Nederlands Vlaams ×

Welkom Vlaamse mama's!

Mamaenzo.nl heeft vanaf nu ook een Vlaams zusje.

Neem een kijkje op mamaenzo.be

Nee, bedankt. Ik blijf op mamaenzo.nl