Moeilijk zwanger worden: vruchtbaarheidsbehandelingen

Wanneer je moeilijk zwanger wordt, is een kinderwens niet altijd zo vlot vervuld als je zou willen. Soms ligt dat aan de mannelijke partner, die zaad van mindere kwaliteit levert, en soms liggen de problemen bij de vrouw. Gelukkig zijn er tegenwoordig talloze manieren om de natuur een handje te helpen.

Onvruchtbaarheid bij vrouwen kan verschillende oorzaken hebben. Er zijn dan ook vaak meerdere onderzoeken nodig om erachter te komen waaom je moeilijk zwanger wordt. Is het probleem, dan kan er gericht naar oplossingen gezocht worden. Want er zijn nogal wat behandelingen om toch zwanger te worden. In overleg met de gynaecoloog of deskundige zal gekeken worden welke aanpak voor jou het beste is.

Hormoonbehandeling

Als er bij een vrouw een hormoonafwijking is geconstateerd, kan zij behandeld worden met hormonen om de menstruatie te reguleren en een eisprong op te wekken. Dit wordt ook wel ovulatie-inductie genoemd en gebeurt vaak door het toedienen van injecties of slikken van tabletten. Daarnaast kan een behandeling met hormonen worden voorgesteld om meerdere eicellen gelijktijdig te laten rijpen, om zo de kans op bevruchting bij andere behandelingen (bijvoorbeeld KI of IVF) te vergroten. In principe zijn de toegediende hormonen niet gevaarlijk voor vrouwen. Er wordt immers iets toegediend dat het lichaam eigenlijk zelf zou moeten aanmaken. De basis voor het HCG-hormoonpreparaat is bijvoorbeeld de urine van zwangere vrouwen, die wordt ingezameld door Moeders voor Moeders. De effecten van hormoongebruik gedurende langere tijd zijn nog niet bekend. Alleen het HMG-hormoon (Humaan Menopausaal Gonadotrofine), dat wordt gewonnen uit de urine van vrouwen na de overgang, wordt inmiddels ruim 25 jaar gebruikt. Hiervan zijn geen schadelijke bijwerkingen bekend. De overige hormonen worden simpelweg nog te kort toegepast om er iets zinnigs over te kunnen zeggen. Wel is bekend dat de kans op een miskraam iets groter is wanneer je zwanger wordt na een hormoonbehandeling. De kans op aangeboren afwijkingen is niet groter dan bij een normale zwangerschap.

KI, IUI & FSP

KI(E) is Kunstmatige Inseminatie met sperma van de Eigen partner. IUI is de afkorting van Intra Uteriene Inseminatie, meestal met sperma van de eigen partner. FSP is de afkorting van Fallopian Sperm Perfusion (zaadcellen worden in de eileider gebracht) en is een afgeleide van IUI. Dit zijn vaak de eerste behandelingen die een gynaecoloog voorstelt als er geen directe oorzaken zijn te vinden voor het uitblijven van een zwangerschap. Bij verminderde vruchtbaarheid van de man en ook bij 'vijandig' cervixslijm (het slijmvlies aan de binnenzijde van de baarmoederhals) kan IUI uitkomst bieden.

Bij KI wordt het sperma hoog in de schede ingespoten. Bij IUI wordt het ingespoten in de baarmoeder, liefst na voorbewerking -ook wel opwerking genoemd- in het laboratorium. Bij FSP wordt een relatief groot volume 'opgewerkt' zaad hoog in de baarmoederholte gebracht waardoor meer zaadcellen het einde van de eileiders bereiken. Deze methode lijkt met name bij onbegrepen onvruchtbaarheid (er onstaat zonder dat daarvoor een aanwijsbare oorzaak is, geen zwangerschap) betere resultaten te hebben. Alle behandelingen kunnen samengaan met hormoonstimulatie bij de vrouw, ter ondersteuning van de cyclus. Het nadeel hiervan is dat er meerdere eitjes tegelijk kunnen rijpen met een grotere kans op een meerling.

IVF

In 1978 werd de eerste reageerbuisbaby geboren. Sindsdien is er veel veranderd, en ieder jaar groeit het aantal IVF-kinderen. IVF staat voor In Vitro Fertilisatie. Ook voor IVF moet er minstens 1 miljoen zaadcellen per milliliter sperma gevonden worden, waarvan er minimaal 500.000 overblijven na het opwerken van het zaad. In het laboratorium worden eicel(len) en zaadcellen in een kweekschaaltje bij elkaar gedaan, waarna bevruchting kan optreden. Als dit het geval is, worden de bevruchte eicellen teruggeplaatst in de baarmoeder. Er zijn geen negatieve gevolgen bekend voor uit IVF geboren kinderen. Wel is de kans op een meerling groter bij een IVF-behandeling. Naar de gevolgen voor vrouwen wordt nog steeds onderzoek gedaan.

Eileideroperatie

Wanneer de onvruchtbaarheid veroorzaakt is door een beschadigde eileider, zijn er verschillende operatieve oplossingen om de schade te herstellen. Vergis je hier niet in, een eileideroperatie is een zware buikoperatie, waarbij je rekening moet houden met een herstelperiode van tenminste enkele weken. Het voordeel van zo'n operatie is dat je, wanneer deze slaagt, zonder verder medisch ingrijpen in verwachting kunt raken. Het nadeel is de situatie in de eileiders weer kan verslechteren wanneer je niet binnen een jaar na de operatie zwanger bent.

Eiceldonatie

Als blijkt dat de vrouw helemaal geen eitjes aanmaakt, is eiceldonatie een optie. Wanneer een geschikte donor is gevonden (vaak een zus), zullen jullie beiden hormonen moeten slikken: de donor voor de productie van meerdere eitjes, en de ontvanger om de baarmoederwand gereed te maken voor de innesteling. Wanneer de eitjes rijp zijn, worden de rijpe eiblaasjes, net als bij IVF, aangeprikt en leeggezogen. Je partner heeft hiervoor al zaad ingeleverd. De eicellen en het zaad worden in een schaaltje met voedingstoffen samengebracht. Na een of twee dagen weet je of er bevruchting heeft plaatsgevonden. Wanneer dit het geval is, worden de bevruchte eicellen in de baarmoeder geplaatst. Na twee weken kun je een zwangerschapstest doen.

Draagmoederschap

Voor vrouwen die zelf niet in staat zijn een zwangerschap te voldragen (denk aan vrouwen wiens baarmoeder is verwijderd of ernstig beschadigd of vrouwen wiens gezondheid een zwangerschap niet toelaat), kan draagmoederschap een optie zijn. Zo�n zwangerschap komt meestal tot stand door middel van kunstmatige inseminatie met sperma van de partner van de onvruchtbare vrouw, maar ook wel met behulp van IVF.
Bij de klassieke vorm van draagmoederschap, ook wel laagtechnologisch draagmoederschap genoemd, wordt de draagmoeder via kunstmatige inseminatie bevrucht met het zaad van de wensvader, als deze normaal vruchtbaar is. Dan is de draagmoeder de genetische moeder en de wensvader de genetische vader.

Hoogtechnologisch

Bij hoogtechnologisch draagmoederschap wordt een IVF behandeling uitgevoerd, waarbij de eicellen van de wensmoeder in het laboratorium worden bevrucht met het zaad van de wensvader. Een of maximaal twee daaruit ontstane embryo's worden in de baarmoeder van de draagmoeder geplaatst. Vaak is dit een (schoon)zusje of goede vriendin die bereid is de zwangerschap te dragen. Na de geboorte wordt een 100% genetisch eigen kind teruggeven aan de wensouders. Een kind krijgen via hoogtechnologisch draagmoederschap is in Nederland pas sinds 1997 toegestaan onder strikte voorwaarden en uitsluitend op ideële basis. Commercieel draagmoederschap is verboden.

Nadelen

Het draagmoederschap brengt naast het voordeel dat er de mogelijkheid is van een genetisch eigen kind ook veel nadelen met zich mee. Niet alleen voor het kind, “mijn tante is eigenlijk mijn moeder”, maar ook voor de betrokken volwassen partijen kan dit ongemakkelijk zijn. Het is dan ook belangrijk goede afspraken te maken, middels een draagmoeder-overeenkomst, en heel goed na te denken over de emotionele gevolgen die het draagmoederschap zou kunnen hebben.

Wanneer je meer wilt weten over moeilijk zwanger worden, onvruchtbaarheid, behandelmethoden of wanneer je op zoek bent naar lotgenotencontact, bezoek dan eens www.freya.nl, de patiëntenvereniging voor vruchtbaarheidsproblematiek.

Reageer op artikel:
Moeilijk zwanger worden: vruchtbaarheidsbehandelingen
Sluiten