Redactie
Redactie Gezondheid 6 jun 2018

Mola-zwangerschap

Iedereen hoopt op een ‘normale’, gezonde zwangerschap. En in de meeste gevallen is dat gelukkig zo. Maar bij ongeveer één op de tweeduizend zwangerschappen is er tijdens of kort na de bevruchting iets mis gegaan, waardoor alleen de placenta groeit, maar er geen vruchtje is. We spreken dan van een mola-zwangerschap.

Een mola-zwangerschap, oftewel mola hydatidosa, wordt ook wel trofoblastziekte genoemd. De precieze oorzaak van deze niet goed aangelegde zwangerschap is nog onbekend. Bij een ‘normale’ zwangerschap deelt de bevruchte eicel zich. De twee cellen die daaruit ontstaan delen zichzelf ook weer en ook die cellen delen zich. Dit proces blijft zich dus herhalen. Uit deze cellen ontstaan een embryo en een placenta (moederkoek). Heel zelden gaat er tijdens of vlak na de bevruchting iets mis en groeit alleen de placenta verder, zonder vruchtje; dit noemen we een mola-zwangerschap. Gewoonlijk is er bij een mola-zwangerschap dus geen embryo. Is er bij uitzondering toch een vrucht, dan is deze bijna nooit levensvatbaar.

Oorzaken

Zoals gezegd is de oorzaak van een mola-zwangerschap vooralsnog onbekend. Er zijn geen aanwijzingen dat bijvoorbeeld langdurig pilgebruik, overmatige stress of teveel sporten de kans op de aandoening verhogen. Mogelijk spelen erfelijke factoren een rol. Het is wel bekend dat sommige vrouwen meer kans op een mola lopen; vrouwen uit Zuid-Oost-Azië bijvoorbeeld. Daarnaast is bekend dat leeftijd een rol speelt bij het ontstaan van een mola: vrouwen onder de vijftien en boven de veertig lopen meer risico.

Klachten

Meestal zijn er bij een mola-zwangerschap geen bijzondere klachten. Natuurlijk is er wel sprake van de normale zwangerschapskwaaltjes, zoals misselijkheid en vermoeidheid, maar echte aanwijzingen dat er iets fout is zijn er meestal niet. Pas wanneer de zwangerschap gevorderd is, is er sprake van een verhoogde kans op vaginaal bloedverlies. Vaak wordt er vanwege dit bloedverlies een echoscopisch onderzoek gedaan waarbij de mola wordt ontdekt.
Meestal is bloedverlies dus de reden voor zo’n echo. In andere gevallen wordt er een echo gemaakt omdat het hartje tijdens de controles niet gehoord werd, of omdat de baarmoeder te groot lijkt voor de duur van de zwangerschap. De placenta blijft immers groeien in de baarmoederholte.

Blaasjes

Tijdens de echo blijkt er bij een mola-zwangerschap in plaats van een vruchtzakje met embryo en kloppend hartje sprake te zijn van talloze kleine blaasjes die de baarmoederholte vullen. Het lijkt eigenlijk nog het meeste op een trosje druiven, dit vaatloze gezwel van kleine cysten. Als er inderdaad sprake is van een mola-zwangerschap, wordt er in ieder geval een longfoto gemaakt om te zien of de blaasjes zich niet verspreid hebben naar de longen. Daarnaast zal er onderzocht worden hoeveel van het zwangerschapshormoon hCG er in het bloed aanwezig is. De hoeveelheid van dit hormoon geeft namelijk aan hoeveel placentaweefsel er is en daarmee hoe actief de mola is.

Behandeling

Bij een mola-zwangerschap krijg je altijd het advies van een zuigcurettage. Tijdens deze ingreep wordt het mola-weefsel via je vagina met een dun slangetje (vacuümcurette) uit de baarmoederholte verwijderd. Over het algemeen gebeurt dit onder volledige narcose. De gynaecoloog zal tijdens deze behandeling proberen zoveel mogelijk mola-blaasjes te verwijderen. Soms gaat de curettage gepaard met veel bloedverlies. Een bloedtransfusie tijdens of na de ingreep kan dan nodig zijn. Na de curettage kun je nog een paar weken last hebben van bruinige of bloederige vaginale afscheiding. Als het goed is zal je lichaam de blaasjes opruimen die niet met de curettage zijn weggehaald. Dit wordt gecontroleerd door regelmatig het hCG-gehalte in het bloed te checken. In het begin gebeurt dit wekelijks, na verloop van tijd wordt overgegaan tot een maandelijkse controle. Gemiddeld duurt het drie tot vier maanden voordat de bloedwaarden weer normaal zijn. Blijft het hCG-gehalte te hoog, dan is verdere behandeling nodig. Want soms verdwijnen mola-blaasjes niet uit de baarmoeder of groeien ze zelfs weer aan. Ook kan de mola zich uitbreiden naar de longen en – in zeldzame gevallen – naar andere organen hetgeen ‘persisterende trofoblast’ wordt genoemd. Meestal gaat dit niet gepaard met lichamelijke klachten, maar af en toe treedt er ineens weer vaginaal bloedverlies op of krijg je last van andere zwangerschapsverschijnselen. Als de mola zich naar de longen heeft uitgebreid kun je wel last van kortademigheid en hoestbuien krijgen. In zo’n geval wordt er altijd een nieuwe longfoto gemaakt.
Een persisterende trofoblast wordt vaak gezien als een voorstadium van een kwaadaardige aandoening en zal daarom behandeld worden met chemotherapie. Deze therapie wordt gewoon in de polikliniek gegeven en kent een uitstekende kans op genezing. Als je trouwens geen kinderen meer wilt, kun je overwegen in plaats van chemotherapie je baarmoeder te laten verwijderen. Naast de chemotherapie zal er een regelmatige controle volgen, waarbij gekeken wordt of er geen kwaadaardige celwoekeringen zijn ontstaan.

De gevolgen

Omdat het verstandig is na een mola-zwangerschap nog een tijdje te wachten met een nieuwe zwangerschap (ten minste een half jaar), zal er met je overlegd worden welke anticonceptie handig is. Over het algemeen raadt de gynaecoloog een spiraaltje af; vanwege de mogelijkheid van bloedingen. Meestal wordt de pil aangeraden Als je bent behandeld voor een persisterende trofoblast is het beter pas weer aan een zwangerschap te denken als de hCG-waarde in je bloed ten minste een jaar normaal is.
Een mola-zwangerschap heeft in principe geen gevolgen voor je vruchtbaarheid. Het verhoogt het risico op gezondheidsproblemen niet en geeft ook geen grotere kans op complicaties tijdens een volgende zwangerschap. Wel is er een licht verhoogde kans (1%) op een tweede mola-zwangerschap. Daarom zal er bij een eventuele volgende zwangerschap in een vroeg stadium een echo worden gemaakt. Een doorgemaakte mola-zwangerschap is geen reden voor een medische indicatie en bevalling onder leiding van een gynaecoloog. Wel wordt geadviseerd om zes weken na de bevalling het bloed nog een keer te controleren op hCG.

Het herstel

Het lichamelijke herstel na een curettage is meestal vrij vlot. Wacht liever wel met seks tot eventueel bloedverlies over is. Psychisch kan een mola-zwangerschap een zwaardere last zijn. Teleurstelling, onzekerheid en niet te vergeten de onbekendheid met de aandoening, maken de verwerking soms moeilijker dan na een gewone miskraam. Voor sommige mensen is het prettig om te weten dat ‘zwanger worden’ in ieder geval kan. Voor anderen is het moeilijker te accepteren dat het mis ging. Bovendien kan de lange wachttijd voor een nieuwe zwangerschap vervelend zijn, zeker als je al wat ouder bent.

Mola-registratie

In Nederland worden alle mola-zwangerschappen geregistreerd bij het Academisch Ziekenhuis in Nijmegen. Zo hopen artsen meer te weten te komen over deze zeldzame aandoening. Als je liever niet hebt dat jouw gegevens opgenomen worden, kun je hier bezwaar tegen maken.

Reageer op artikel:
Mola-zwangerschap
Sluiten