babynieuws

Redactie 8 jun 2018 Algemeen

Laatst vierden wij de zesde verjaardag van Finn en sindsdien spookt mijn grijze wolk weer door mijn hoofd, maar ditmaal -merk ik- is het anders.

Waar het vijf jaar lang een terugkerende nachtmerrie was, voelt het nu alsof ik klaar ben om het los te laten. En dat wil ik doen door dit persoonlijke verhaal met jullie te delen.

Een zwart gat

Zes jaar geleden werd ik moeder van Finn. Na de bevalling van Finn, kwam ik een zwart gat terecht, een hel. En de Wolk die ik nu grijs noem, was heel lang zwart. Zwart en onbespreekbaar. Ik sprak er met niemand over. Niet met professionals, zelfs niet met mijn man. Ik kon het gewoon niet.

De couveuse

In het ziekenhuis waar ik moest bevallen was het enorm druk Zo druk dat mijn verloskundige direct na mijn bevalling door moest naar de volgende bevalling. Mijn baby heb ik voor mijn gevoel maar een paar tellen op m’n borst gehad. Daarna moest hij de couveuse in. Ik stuurde mijn man snel achter de doktoren aan en vroeg hem ons kindje niet uit het oog te verliezen.

Zijn jullie er nog?

Gelukkig was mijn moeder in het ziekenhuis om mij verder te helpen. Na lang wachten in mijn ziekenhuiskamer kwam er een zuster om te hoek kijken. “Zijn jullie er nog?” vroeg zij. Natuurlijk waren wij er nog. Ik wist immers niet waar ik heen moest en waar mijn kleine mannetje was. Ik kreeg een bed in een lege kamer in het ziekenhuis. Kaal en steriel. Ik suste mezelf met de gedachte dat ik in een ziekenhuis was. Mijn man en moeder gingen naar huis. Ook zij moesten uitrusten en bijkomen van een zware dag. En ik? Ik was alleen. En moe. En heel onrustig.

Op goed geluk

Mijn kleine Finn had na zijn geboorte nog geen borstvoeding gehad en ik voelde mij daar verschrikkelijk bij. Ik drukte op de bel voor hulp van een verpleegster, maar niemand kwam kijken. Na een half uur hees mezelf van het bed in de rolstoel en ging ik zelf op zoek naar Finn. Ik vond een lift, ging omhoog en reed op goed geluk  een donkere afdeling op. Goed gegokt! Ik vond een schemerig klein hok, met een 6-tal couveuses. Een oudere dame vroeg me vriendelijk wat ik kwam doen. Ik vertelde haar dat ik de mama van Finn was en dat ik mijn kind zocht. Ze feliciteerde mij met de geboorte van mijn zoon en wees aan waar hij was.

De eerste voeding

Minutenlang hield ik mijn baby vast en keek ik naar hem. De verpleegster hielp me zelfs met de borstvoeding. Finn had als eerste kunstvoeding gehad. Ik was op dat moment zo blij dat ik hem eindelijk zelf kon vasthouden en eten geven, dat dat langs me heen ging. Later besefte ik mij hoeveel verdriet het me heeft gedaan dat ik hem niet zelf zijn eerste voeding had mogen geven. De hele nacht zette ik vastbesloten om de 3 uur een wekker en ging ik op eigen houtje met de rolstoel naar de kraamafdeling. De volgende ochtend zag ik overal lachende mama’s, slingers, kaartjes en horde ik zacht huilende baby’s. Ik zat in m’n eentje op mijn kale kamertje. Ik voelde me eenzaam, moe en gebroken. Ik kreeg geen ontbijt, ik immers  niets opgeven. Ik moest het doen met een halve droge snee brood. Die at ik maar op. Ik moest toch wat eten.

Klein en alleen

Ik voelde me klein en alleen. Waarom deed iedereen zo lelijk tegen me? Waarom kreeg ik niet normaal antwoord? Of iets te eten? Waarom kreeg ik geen hulp om in en uit bed te komen, de vraag of ik wat wilde drinken of wilde douchen? Er kwam niets. Van niemand. Drukken op de bel, mensen aanspreken in de gang. Vragen om hulp,het hielp allemaal niets. Mijn man kwam kort langs. Er kwam die dag geen lunch, dus haalden we zelf eten uit het restaurant. Door de drukte in het ziekenhuis waren de bezoekuren streng, zeker op de kraamafdeling. Ook mijn man mocht niet lang blijven. En dus was ik nog meer alleen.

Hun eigen roze wolk

De tweede dag en nacht bracht ik door op de couveuseafdeling, bij m’n kleine schat. Vol verdriet, onbegrip en pijn. Was ik een slechte moeder? Wat deed ik fout? Mijn familie kwam op bezoek. Eigenlijk wilde ik huilen en ze alles vertellen. Maar ze waren zo gelukkig en zo blij voor mij dat ik hen niet durfde te vertellen dat mijn wolk in plaats van roze juist grijs was. Ik besloot niets te zeggen en ze te laten genieten van hun eigen roze wolk.

Flesvoeding

Het aanleggen van Finn ging steeds moeizamer en de lieve dame van de eerste nacht was niet meer op de couveuseafdeling. De twee verpleegsters die er nu liepen, hielpen mij niet. Ze zeiden dat ik het maar moest blijven proberen. Dat ze hem anders wel weer flesvoeding gaven. Maar het was mijn kind en ik wilde hem zelf voeden.

Eindelijk thuis

Toen ik eindelijk thuis kwam, voelde dat zo fijn. Het voelde als een bevrijding. Eindelijk kon ik genieten! Er stond een mooi bord in de tuin als verrassing, en daarna kwam de visite. Ik voelde me eindelijk rustiger worden…tot de kraamhulp kwam.  Met haar armen over elkaar keek ze toe hoe ik Finn probeerde aan te leggen. “Dat lukt niet hè? Nee, dat gaat niet goed! Ik ga het ziekenhuis bellen, hij gaat zo weer terug want zo gaan we het niet doen hoor!” En zo achtervolgde mijn grijze wolk mij ook thuis in mijn eigen huis. MIjn huis waar ik dacht veilig te zijn. Ook al kwam ere en andere kraamhulp, mijn grijze wolk achtervolgde mij nog dagenlang. Na 5 dagen stopte ik met borstvoeding geven; het ging niet. Ik kon het niet. Ik heb gehuild toen ik mijn man vroeg om een flesje te maken, maar ik had niet voldoende melk. Het kwam gewoon niet, en de wolk om mijn hoofd werd dikker en dikker. Ik voelde me een slechte moeder en twijfelde meer en meer aan mezelf. Hoe vaak mijn lieve familie mij ook vertelde dat ik niet moest twijfelen, dat ik het goed deed en dat ik zekerder mocht en moest zijn…ik kon het heel lang niet.

Niet nog een keer

Een paar jaar later was nummer 2 op komst. Ik was zo bang. Zo ontzettend bang. De bevalling kwam dichter en ik besloot professionele hulp te zoeken. Toch kon ik geen rust vinden in de aangeboden therapie. Ik besloot om alles maar te laten gebeuren, ik kon het toch niet stoppen. En gelukkig ging het na de 2e bevalling beter. Binnen een uur waren we weer thuis met onze onze jongste spruit. Thuis met familie en vrienden, slingers, kaartjes en cadeautjes en een hele lieve kraamhulp.

Nu…

Nu, 6 jaar later, zie en hoor ik meer mama’s om me heen met een grijze wolk. Ik weet inmiddels dat ik de dingen niet kan veranderen, dat het nu goed gaat en dat ik daar van mag genieten. Ik besef me dat mijn Grijze Wolk maar klein is, in vergelijking met andere Wolken, maar dat maakt hem voor mij niet minder Grijs. Mijn jongens groeien, leren en maken lachend mooie herinneringen. Ik weet dat ik deze oude wolk nu mag loslaten, en dat ga ik stapje voor stapje doen.

Mijn verhaal is zoals ik het heb beleefd. Of het 100% zo is gegaan of dat de hormonen een rol speelden (of andere factoren), dat weet ik niet. Vast wel. Het neemt niet weg dat het zo voor mij gevoeld heeft en nu nog steeds zo voelt.

Reageer op artikel:
babynieuws
Sluiten