Redactie
Redactie De bevalling 6 jun 2018

Spinale anesthesie: verdoving bij een keizersnede

De meeste vrouwen willen graag een natuurlijke bevalling. Soms wordt er echter noodgedwongen gekozen voor een keizersnede. Dat kan onder complete narcose, maar vaker wordt er gebruik gemaakt van spinale anesthesie. Dat betekent dat je tijdens de operatie wakker bent, hoewel je bijna niets voelt, en direct na de geboorte je baby in je armen kan houden.

Bij een keizersnede kan zowel de epidurale anesthesie als de spinale variant worden toegepast. Soms wordt er zelfs voor een combinatie gekozen. In de praktijk wordt de spinale anesthesie echter het meest gebruikt bij de keizersnede, zeker als er haast geboden is. Spinale anesthesie is in bijna alle ziekenhuizen mogelijk.

Snel werkend

Het voordeel van spinale anesthesie is dat het zeer snel werkt. Vrijwel alles wat tijdens het opereren – een keizersnede is tenslotte een echte operatie – gebeurt gaat ongemerkt aan je voorbij, zoals de pijn aan de huid en de spieren en het gevoel van duwen en trekken aan je baarmoeder en buikvlies.

Hoe werkt spinale anesthesie?

Bij spinale anesthesie spuit de anesthesioloog (de verdovingsdeskundige) via een dunne naald een kleine hoeveelheid verdovingsvloeistof tussen de wervels ind e vloeistofruimte die zich om de grote zenuwen heen bevindt. Je voelt hier bijna niets van en de prik duurt eigenlijk vrij kort. Soms wordt de huid zelfs eerst gevoelloos gemaakt met een plaatselijke verdoving. Een enkele keer voelen vrouwen tijdens het prikken een pijnscheut in de benen. In het begin voel je sowieso een warm en tinteld gevoel in je benen. Als snel is je onderlichaam tot boven de navel verdoofd en kun je je benen niet meer bewegen. De plaats waar de gynaecoloog de snede maakt is volledig verdoofd. Je voelt dus geen pijn, maar je merkt wel dat de gynaecoloog bijvoorbeeld de buikspieren opzij trekt, een soort ‘sjorren’. Je bent gewoon bij bewustzijn en meestal kun je na de geboorte je kindje gelijk in je armen houden.

De bijwerkingen van spinale anesthesie

Zoals vrijwel elk geneesmiddel heeft ook spinale anesthesie soms bijwerkingen. Zo kan je bloeddruk licht dalen, maar dit wordt nauwgezet gecontroleerd. Een enkele keer gaat de verdovingsvloeistof omhoog binnen de ruimte waarin gespoten is. Dit kan een benauwd en soms angstig gevoel tot gevolg hebben. Ook hoofdpijn kan – bij 1 tot 3% van de vrouwen – een gevolg zijn van spinale anesthesie. Er wordt namelijk een klein gaatje gemaakt in het vlies dat zich rond het ruggenmerg bevindt. Vrijwel altijd sluit dit gaatje zich vanzelf, maar een enkele keer kan er wat vocht lekken, waardoor je hoofdpijn krijgt. Dit is wel een vervelende, maar verder onschuldige complicatie die goed te behandelen is. Een – gelukkig – zeldzame complicatie, die ook ernstiger is, is een totaal spinaal blok. Hierbij wordt door de verdovingsvloeistof ook je bovenlichaam verdoofd, waardoor zelf ademen onmogelijk wordt en je onder volledige narcose zal worden gebracht om beademd te worden. Dit komt gelukkig erg weinig voor.

Niet verstandig

In sommige gevallen vindt de anesthesioloog of de gynaecoloog het niet verstandig om een spinale anesthesie te geven. Bijvoorbeeld wanneer er erg veel haast in het spel is, of wanneer je een stoornis in de bloedstolling hebt. Ook bij bepaalde neurologische aandoeningen of wanneer je in het verleden stoornissen of een operatie aan je wervelkolom hebt gehad, zal de arts je deze ruggenprik niet geven. Daarnaast lukt het soms niet om de verdovingsvloeistof op de juiste plek in te brengen. In bovenstaande gevallen zal gekozen worden voor een keizersnede onder volledige verdoving.

Reageer op artikel:
Spinale anesthesie: verdoving bij een keizersnede
Sluiten