Wat doet straffen met de ontwikkeling van kinderen?

Straffen en belonen hoort voor veel ouders bij het opvoeden. Je wilt je kind natuurlijk laten zien welk gedrag gewenst is, en welk gedrag door jou wordt afgekeurd. Toch zijn er ook bepaalde opvoed stromingen die menen dat straffen niet goed is voor de ontwikkeling van het kind. De vraag is: wat is waar?

In het dagelijks leven straf je vaak bewust maar soms ook onbewust. Je bedoelt het goed: je wilt immers een gelukkige volwassene op de wereld zetten, maar is straffen wel zo goed voor je kind? Wij zochten het voor je uit.

Het idee achter straffen en de nadelen ervan

Als je straft, doe je dat met de bedoeling om het slechte of ongewenste gedrag af te keuren. Wanneer je kind niet luistert, kun je hem iets ontnemen als straf – bijvoorbeeld het toetje – of direct een consequentie laten zien: in de hoek laten staan of naar huis gaan in plaats van in de speeltuin blijven.

Het idee achter straffen komt voort uit het idee van conditionering: het gedrag beïnvloeden door voorwaarden te stellen. Deze methode werd begin vorige eeuw uitgevonden en werd succesvol getest op dieren. Het wordt vandaag de dag nog steeds toegepast op mensen en vooral kinderen. Toch is straffen niet de beste manier om gewenst gedrag te krijgen. Er zijn verschillende redenen waarom dat zo is.

1. Onvoorwaardelijke liefde

De Amerikaanse filosoof Alfie Kohn, die de ideeën van onvoorwaardelijk ouderschap meer bekendheid gaf, stelt dat een straf op de lange termijn niets oplost. Straffen werkt goed, maar alleen als je aanwezig bent en zolang je kind afhankelijk van je is. Zodra je kind niet meer bang is voor de consequenties of onafhankelijk is, is er geen resultaat meer.

Je kind doet wat het wilt, zonder zich te beseffen waarom iets goed is of juist niet. Daarnaast zal de relatie tussen de ouder en het kind na het vele straffen niet langer optimaal zijn. Je kind heeft dan alleen geleerd dat degene met de macht bepaalt hoe dingen gaan, stelt Kohn.

2. Verkeerde drijfveer voor correct gedrag

Straffen is succesvol op de korte termijn. Je ziet immers het gewenste gedrag, maar vaak alleen als je er als ouder bij bent. Het probleem met straffen is dat jouw kind op die manier niet écht gemotiveerd is om het juiste gedrag te vertonen.

De drijfveer achter correct gedrag is in dit geval angst in plaats van de werkelijke motivatie om iets goed en volgens de regels te doen.

3. Niet kijken naar de oorzaak

Als je straft als reactie op negatief gedrag, ga je eerst voorbij aan de oorzaak voor het ongewenste gedrag. Waarom vertoont jouw kind ongewenst gedrag? Voelt hij zich niet fijn? Wordt hij niet gezien? Of verveelt hij zich of wil hij aandacht? Snapt hij de instructies niet? Heb je wel duidelijk gemaakt wat je wenst? Is je kind overprikkeld?

Er kunnen veel redenen zijn waarom een kind negatief gedrag vertoont. Door te praten, de emoties serieus te nemen en door samen een oplossing te zoeken, leert je kind het negatieve gedrag om te zetten of zelfs voor te zijn.

4. Straffen is niet leerzaam

Als je jouw kind op een strafstoeltje zet, werk je niet aan de relatie met je kind. Vaak ga je bij het straffen voorbij aan het waarom iets niet mag. De nadruk ligt op de straf – een time-out, geen toetje – en daar gaat veel energie naartoe. Maar vaak blijft onduidelijk waarom het gedrag ongewenst is. Een kind leert in deze gevallen niets van de straf en zal het dan ook opnieuw doen.

Niet straffen is grenzeloos opvoeden?

“Kinderen moeten kort gehouden worden. Laat niet over je heen lopen. Laat je kind weten wie de baas is” Het zijn allemaal stellingen die overtuigen dat je je kind kort moet houden en streng moet zijn. Een kind heeft zeker behoefte aan grenzen en duidelijkheid. Maar niet straffen betekent niet dat je geen duidelijke grenzen hebt. Het verschil is hoe je de grenzen stelt. Je bent duidelijk zonder te chanteren. En daarnaast zijn er alternatieven die je kunt proberen, zonder over te gaan op straffen, bijvoorbeeld:

  • Een keuze bieden: Wil je anders op de grond springen of even een rondje rennen? Dat vind ik fijner dan dat je op de bank springt.
  • De omgeving veranderen: Als een omgeving aanstoot geeft tot ongewenst gedrag, verander dan de omgeving. Denk aan een ruimte waarin te veel breekbare dingen staan, of een ruimte die uitlokt om te gaan rennen terwijl dat niet kan.
  • Je kind uit de situatie halen: Als je kind erg boos is, haal hem dan uit de situatie. Op deze manier haal je de trigger weg. Blijf wel bij je kind zodat hij zich veilig en geliefd voelt.
  • Samen het voorval oplossen en bespreken: Bedenk samen een oplossing waar je beide tevreden over bent. Leg uit waarom je iets verwacht of niet wilt.
  • Nadenken over je eis: Is je verwachting redelijk? Kun je wel eisen van je kindje dat hij nu een uur lang stil is?
  • Benoem de emoties: “Ik zie dat je het spannend vindt, wat kan ik doen om er voor jou te zijn?”
  • Wees flexibel: Het is niet erg om kleine toegevingen te doen. Leg altijd uit waarom je toegeeft – omdat je moe bent, omdat je je niet goed voelt.
  • Kijk met andere ogen: Is je kind druk? Zie hem als enthousiast en nieuwsgierig. Is je kind altijd aanwezig? Zie hem als energiek. Zet een andere bril op, en de situatie verandert.
  • Reageer op artikel:
    Wat doet straffen met de ontwikkeling van kinderen?
    Sluiten