Redactie
Redactie Kleuter 7 jun 2018

Tijdsbesef van 5-6 jaar

Het verloop van een dag, maand of jaar begrijpen is voor kleine kinderen hocus pocus. Maar vanaf welke leeftijd krijgt je kind dan tijdsbesef en hoe stimuleer je deze vaardigheid? Wij leggen het je uit.

Op deze leeftijd krijgen kinderen steeds beter door hoe de tijd werkt. Vaak snappen ze nu wanneer iets plaatsvindt, als je het koppelt aan een activiteit of gebeurtenis. Vooral woorden zoals gisteren, vandaag en morgen worden gelinkt aan activiteiten. Tijd kun je je kind op deze leeftijd dus het beste aanleren door te koppelen aan activiteiten en dagdelen. Een kalender bijhouden helpt hem hierbij. 

Verleden, heden en toekomst is voor je kind nog lastig. Hij snapt het concept wel, maar legt nog niet helemaal de link. Zo snapt hij dat oma vroeger naar school ging. Maar dit kan net zo goed ook een dinosaurus zijn, want die waren er ‘vroeger’ ook. 

Hoe stimuleer je tijdsbesef?

  • Gebruik zo duidelijk mogelijk woorden die tijd uitdrukken om je bezigheden uit te drukken, zoals ‘straks’, ‘vandaag’, ‘morgen’ of ‘vroeg’.
  • Houd samen een weerkalender bij. Zo leert je kind de dagen, maanden en seizoenen herkennen.
  • Laat je kind zelf een activiteit tekenen die hij leuk vindt, zoals buitenspelen, en daar dan een klok bij maken met de tijd erop dat hij het meest buiten speelt. Door dit te herhalen, bijvoorbeeld ook met tandenpoetsen, krijgt je kind door op welke tijden hij welke dingen doet.

Ook weten hoe tijdsbesef zich ontwikkelt op andere leeftijden? Bekijk tijdsbesef bij 0-2 jarigen en 3-4 jarigen.

Reageer op artikel:
Tijdsbesef van 5-6 jaar
Sluiten