Triple-test

De triple-test wordt gedaan om te zien of er een verhoogde kans op Down-syndroom en een open ruggetje is. Tegenwoordig wordt de triple-test alleen niet zo vaak meer uitgevoerd, omdat de nekplooimeting-combinatietest meer bertrouwbaar is en je de uitslag eerder krijgt. 

Een triple-test is sowieso geen routineonderzoek, deze test wordt alleen gedaan als er een reden voor is. Zoals bij een erfelijke aanleg voor bepaalde aangeboren afwijkingen, een ziekte of wanneer je 35 of ouder tijdens je zwangerschap.

Hoe werkt de triple-test?

Bij de triple-test wordt in het bloed van de moeder de hoeveelheid van bepaalde merkstoffen gemeten. Eén van die stoffen is het eiwit alfafoetoproteïne (AFP). Bij kinderen met het Downsyndroom is vaak erg weinig AFP in het bloed van de moeder aanwezig. Uit de hoeveelheid AFP, twee andere merkstoffen en de leeftijd van de moeder wordt de kans op een kind met het Downsyndroom berekend. De precieze duur van de zwangerschap is daarbij van groot belang. Als er veel AFP in het bloed aanwezig is, is de kans op een kindje met een open ruggetje groter. Een normale hoeveelheid AFP geeft echter weer geen garantie dat het ruggetje gesloten is. Een open ruggetje heeft overigens niets met de leeftijd van de aanstaande moeder te maken; het komt bij ‘oudere’ zwangeren niet vaker voor dan bij ‘jonge’ zwangeren.

Uitslag & betrouwbaarheid

De triple-test is een vorm van kansberekening. Het merendeel van de vrouwen wordt door de test terecht gerustgesteld. Een kans kleiner dan 1 op 250 op een kindje met het Downsyndroom wordt beschouwd als een gunstige uitslag. Deze is vergelijkbaar met de kans van een bvrouw jonger dan 36 op een kindje met Downsyndroom. Nader onderzoek wordt dan niet geadviseerd. Is de kans groter dan 1 op 250, dan zal de deskundige je vragen of je een vlokkentest of vruchtwaterpunctie wil overwegen. Omdat de triple-test een vorm van kansberekenen is, betekent het ook dat vrouwen ten onrechte gealarmeerd kunnen worden. Van de 100 vrouwen met een kans van 1 op 100 op het Downsyndroom, zal er slechts één kindje ook daadwerkelijk met deze aandoening geboren worden. De andere 99 vrouwen hebben zich dan ten onrechte ongerust gemaakt. Gelukkig wordt er in vervolgonderzoek al vaak aangetoond dat er niets aan de hand is. De triple-test kan ook ten onrechte geruststellen: ook als er geen afwijkingen schijnen te zijn, kan de baby toch een chromosoomafwijking hebben.

Jouw leeftijd

Zoals we al eerder aangaven, speelt jouw leeftijd een belangrijke rol in de kans op een kindje met Downsyndroom. Naarmate jouw leeftijd hoger wordt, stijgt ook de kans op een kindje met een chromosoomafwijking, zoals het syndroom van Down. Hoe ouder de zwangere is, hoe vaker de kans boven de eerder genoemde 1 op de 250 uitkomt. De leeftijd is ook van belang bij de vraag of de test goed voorspelt dat het kind Downsyndroom heeft. De test voorspelt dit bij jonge moeders vaker fout dan goed. Naarmate de leeftijd vordert, wordt de kans op een correcte voorspelling groter. Zo is onder de 25 jaar de kans op een correcte voorspelling 35%, terwijl de kans op een correcte voorspelling wanneer je tussen de 35 en 39 bent is opgelopen naar 76%.

Reageer op artikel:
Triple-test
Sluiten