Verschillende hechtingsstoornissen waar kindjes last van kunnen hebben

Hechting is wat plaatsvindt tussen een kind en een ouder of verzorger, als ze veel tijd met elkaar doorbrengen en er een vertrouwensbasis is. Toch verloopt deze hechting niet altijd even goed. Hechtingsstoornissen kunnen hier een gevolg van zijn.

Elk kind heeft een goede hechting met de ouders of verzorgers nodig, om zich te kunnen ontwikkelen tot een emotioneel gezond persoon. De band tussen ouder en kind dient als voorbeeld voor alle andere relaties die kinderen in hun leven aan zullen gaan. Soms is er echter sprake van een onveilige hechting. Hier kunnen verschillende hechtingsstoornissen uit voortkomen. We behandelen de meest voorkomende vormen in dit artikel.

De theorie van hechting

De theorie omtrent hechting is in eerste instantie gepubliceerd door John Bowlby. Hij is van mening dat hechting tussen ouder en kind geen gevolg is van de zorg die ouders verlenen aan hun kind, maar dat het een aangeboren behoefte is van kinderen, die door hun gedrag zorg en beschermen uitlokken bij de ouders. Als zij hier positief op reageren, is er sprake van hechting.

Dit proces gaat gelukkig vaker goed dan fout. Ongeveer 25 tot 30% van de volwassenen heeft in meerdere of mindere mate last van hechtingsproblemen. Maar slechts 1% heeft daadwerkelijk last van een of meerdere hechtingsstoornissen.

Bj een veilige hechting is er sprake van een basisveiligheid en vertrouwen van het kind in zijn directe omgeving. Het zoekt nabijheid van personen die hem verzorgen, en ontdekt graag nieuwe dingen. Bij eventuele spanning of angst, zoekt het kind troost bij de ouder, waardoor het zich weer veilig gaat voelen.

Onveilige hechting

Als een kind geen goede hechting heeft gehad, betekent dit vaak dat het kind minder vertrouwen in zichzelf en zijn omgeving heeft, meer teruggetrokken leeft en minder snel geneigd is om nieuwe dingen te ontdekken.
Er bestaan drie verschillende vormen van onveilige hechting.

1. Onveilig vermijdende hechting

Er is sprake van onveilig vermijdende hechting, als het kind bijvoorbeeld verwaarloosd wordt, of het opgevoed wordt door veel verschillende personen. Het kind verliest vertrouwen in de verzorgers, en gedraagt zich naar hen afstandelijk. Het reageert minder of amper op de verzorgers. Naar andere, vreemde mensen, kan het kind wel vaak plezierig verdrag vertonen, waardoor deze vorm van hechtingsstoornis vaak minder goed opvalt.

2. Onveilig afwerende hechting

Een kind dat last heeft van een onveilig afwerende hechtingsstoornis weet niet zeker wanneer het zich kan beroepen op bescherming en contact van en met de ouder. Dit uit zich vaak door het claimen van de ouder, door boos te worden of veel te huilen. Ergens wil het kind graag contact en aandacht, maar houdt dit op andere momenten juist weer meer af.

Kinderen die last hebben van deze vorm van hechtingsproblematiek, hebben vaak geen aandacht ontvangen op de goede momenten of niet in de juiste mate. Dit kan voorkomen bij ouders die minder toerekeningsvatbaar zijn.

3. Gedesorganiseerde hechting

Het gedrag bij kinderen die een gedesorganiseerde hechtingsstoornis hebben, voelen zich ambivalent ten opzichte van de verzorger. Enerzijds zijn ze vaak angstig voor hen, maar hebben anderzijds wel behoefte aan contact en genegenheid. Het kind kan onberekenbaar gedrag vertonen. Deze vorm van hechtingsstoornis komt vaak voor bij kinderen die mishandeld, misbruikt, bedreigd of verwaarloosd worden.

Naast deze drie vormen van hechtingsstoornissen, kunnen kinderen met een van deze stoornissen ook onderverdeeld worden in twee verschillende types:

Geremd type

Het kind is teruggetrokken of lusteloos. Gedraagt zich waakzaam, soms apathisch en huilt niet. Het speelt soms wel mee, maar doet dit zonder veel plezier. Deze symptomen kunnen lijken op ASS. Daarom moet dit eerst door een arts worden uitgesloten.

Ontremd type

Het kind is druk, impulsief, en maakt makkelijk contact. Ze zijn vaak allemansvrienden, maar kunnen in doen en laten ook egocentrisch zijn. Het kind is snel gefrustreerd, vertoont grensoverschrijdend gedrag en vindt het moeilijk om relaties in stand te houden. Kinderen die ontremd zijn lijken ook weinig te leren van eerder opgedane ervaringen. Deze symptomen kunnen lijken op ADHD. Dit moet dus eerst uitgesloten worden door een arts.

Bron: nji.nl, Wij-leren.nl

Lees ook:

 

Reageer op artikel:
Verschillende hechtingsstoornissen waar kindjes last van kunnen hebben
Sluiten