Super-sperma of traag zaad: zo wordt de spermakwaliteit bepaald

Als je zwanger wil worden, wil je dat dit zo snel mogelijk gebeurt. Maar soms blijft een zwangerschap langer uit dan gehoopt. Je kan hier als vrouw snel onzeker over worden. Maar in ongeveer een derde van de gevallen kan een vruchtbaarheidsprobleem toegeschreven worden aan de man.

Vruchtbaarheidsonderzoek kan duidelijkheid bieden. Zo kan er worden vastgesteld dat de kwaliteit van je partner niet goed genoeg is om op een natuurlijke manier zwanger te worden. Maar hoe wordt de spermakwaliteit precies bepaald? En wat zijn de normale en afwijkende waarden? Wij zetten het op een rij in dit artikel.

De weg die een zaadcel moet afleggen

Zodra je man een zaadlozing heeft gehad, moeten de vrijgekomen zaadcellen ongeveer 12 tot 17 centimeter afleggen om bij de gesprongen eicel te komen. Deze weg leidt hun door de baarmoedermond, door de baarmoeder, tot ze in de eileiders aankomen. Ze doen er ongeveer 5 minuten over om de eileiders te bereiken. Maar een gemakkelijke reis is het zeker niet. Het natuurlijke afweersysteem van de vrouw ziet de ‘vreemde’ zaadcellen als indringers. Daarom probeert je lichaam om deze snel onschadelijk te maken. De vagina en baarmoeder zijn daarom zeer sperma-onvriendelijke plekken. Als jij echter een eisprong hebt, of deze nadert, zal je merken dat je baarmoederslijmvlies verandert. Je afscheiding wordt glibberiger en doorzichtiger. Deze afscheiding helpt de spermacellen met zwemmen, om sneller, en in grotere getale de veiligere eileiders te bereiken. Eenmaal daar aangekomen, kunnen spermacellen ongeveer twee dagen overleven, oplopend tot soms wel 5 dagen.

Hetzelfde baarmoederslijm zorgt ervoor dat de zaadcellen biochemisch veranderd worden. Dit heet capacitatie. De membranen op de kop van de zaadcel versmelten zodra het in de buurt van een eicel komt, waardoor de spermacel door de buitenste wand van de eicel kan doordringen. Als dit is gelukt, versmelten de mannelijke en vrouwelijke kern, en ontstaat er een zygote. Dit is de kern van een nieuw leven!

 Spermacellen moeten veel verschillende obstakels en uitdagingen kunnen overwinnen om in staat te zijn om een eicel te bevruchten

Verminderde spermakwaliteit

Als er sprake is van een verminderde zaadkwaliteit, kan dit veel verschillende oorzaken hebben. Ook kan de verminderde spermakwaliteit zich op verschillende manieren uiten. Zo kan de beweeglijkheid van de zaadcellen te wensen overlaten, of is de kwantiteit van het aantal beweeglijke zaadcellen niet voldoende.
De meest voorkomende oorzaken van een slechte zaadkwaliteit zijn:

  • Een chirurgische ingreep op jonge leeftijd na niet goed ingedaalde testikels
  • Het gebruik van bepaalde medicatie of anabole steroïden
  • Een ontsteking op jonge leeftijd in de zaad- of bijballen
  • Als een man bestraling of chemotherapie heeft ondergaan in het verleden
  • Een varicocèle, ofwel een spatader op de balzak, waardoor de temperatuur in de balzak te hoog kan zijn
  • Antistoffen op spermacellen, waardoor zaadcellen bij aanraking met baarmoederhalsslijm hun bewegend vermogen verliezen
  • Erfelijke factoren

Hoewel bovenstaande oorzaken vaker voorkomen, zijn er ook genoeg mannen waarbij een duidelijke oorzaak voor een verminderde zaadkwaliteit niet wordt gevonden. Soms komt het voor dat de zaadcellen er na onderzoek goed uitzien, maar dat het geen bevruchtend vermogen heeft, omdat de capacitatie niet goed genoeg optreedt.

Afwezigheid van levende zaadcellen

In sommige gevallen wordt er na onderzoek geconcludeerd dat er helemaal geen levende zaadcellen worden gevonden in het sperma. De man kan dan drager zijn van bepaalde erfelijke ziekten, zoals bijvoorbeeld taaislijmziekte. Ook kan het door ziekte voorkomen dat de zaadleiders verstopt zijn, of is er sprake van een ejaculatiestoornis.

Zaadonderzoek

Zodra een zwangerschap een langere tijd uitblijft, wordt er vaak als eerste stap een zaadonderzoek gedaan om de spermakwaliteit te bepalen. De man krijgt een potje en vult deze met de ejaculatie. Soms krijgt de man hier gelegenheid voor in het ziekenhuis, maar dit wordt ook vaak gewoon thuis gedaan. Het is belangrijk dat het zaad binnen 1 uur na ejaculatie wordt ingeleverd bij het ziekenhuis of laboratorium. Om afkoeling te voorkomen moet het potje tegen het lichaam aan vervoerd worden, zodat de temperatuur dicht bij de lichaamstemperatuur blijft.

Het advies is om voor de ejaculatie minstens 2 tot 7 dagen te onthouden. Hoeveel dagen dit in het specifieke geval is geweest, dient de man op te schrijven op een formulier. Zodra het potje is ingeleverd, zal tijdens het zaadonderzoek gekeken worden naar:

  • Het volume. Uit hoeveel millimeter bestaat de ejaculatie?
  • De concentratie zaadcellen. Dit wordt gemeten in miljoenen per millimeter
  • De beweeglijkheid. Dit wordt opgedeeld in progressief bewegend (voorwaartse beweging), niet-progressief bewegend (bewegend op dezelfde plek) en niet bewegend.
  • Morfologie van de spermacellen. Hierbij wordt er gekeken naar de vorm van de cellen
  • De aanwezigheid van andere cellen in het zaadmonster.

Lees ook: Onderzoek zegt: ook mannen moeten letten op hun biologische klok

Normaalwaarden goede zaadkwaliteit

Om een normale spermakwaliteit te hebben, wordt het sperma gestest op de volgende zaken:

Volume:

Men spreekt van een normale concentratie als er meer dan 40 miljoen spermacellen aanwezig zijn per millimeter. Een man wordt verminderd vruchtbaar bevonden bij minder dan 20 miljoen spermacellen, en er is sprake van een ernstige zaadafwijking als dit minder is dan 10 miljoen.
Een lager aantal wordt doorgaans oligozoöspermie genoemd, en als er herhaaldelijk minder spermacellen dan normaal aanwezig zijn, heet dit azoöspermie.

Beweeglijkheid:

De beweeglijkheid van zaadcellen is zeer belangrijk, want dit geeft een beeld van hoe groot de kans is dat een spermacel in staat is om naar een eicel toe te zwemmen en deze te bevruchten. Normaalwaarden hierbij is een beweeglijkheid van 50%, waarvan minstens 25% progressief beweeglijk is, wat betekent dat 25% een voorwaartse beweging maakt. Als de motiliteit minder is dan 25% voorwaarts bewegende zaadcellen, heet dit asthenozoöspermie.

Vorm:

Elke man produceert zaadcellen die een afwijkende vorm hebben. Deze zijn daardoor niet in staat om een eicel te bevruchten. Als het aantal spermacellen met afwijkende vorm hoger ligt dan 20%, is er sprake van teratozoöspermie.

Hoeveelheid semen:

Het ejaculaat van de man bestaat niet alleen uit spermacellen. Een deel ervan noemen we ‘semen’, wat ook wel zaadvocht is. Als dit vocht lager is dan normaal, kan dit wijzen op problemen bij productie en ejaculatie, waarna er meteen urine-onderzoek zal worden gedaan.

Als de man het sperma heeft laten testen, is de kans ook aanwezig dat het niet alleen de motiliteit, of alleen de hoeveelheid is, waar de zaadkwaliteit tekort schiet. Zodoende krijgt de man ook een VCM-score. Deze bereken je door het Volume van het ejaculaat (V) te vermenigvuldigen met zaadcel concentratie (C) en met het percentage goed (type A en B) bewegende zaadcellen (M) /100.
Als de VCM waarde beneden de 9 miljoen is, kan er reden zijn om nogmaals te testen of om meer onderzoeken te doen. Als de VCM score lager is dan 1 miljoen, is de kans op een natuurlijke bevruchting nagenoeg nul, en zal er gekeken moeten worden naar vruchtbaarheidsbehandelingen als IVF of ICSI.

Lees ook: Zwanger worden met IVF of ICSI: hoe succesvol is het?

Voor IVF geldt dat er minstens 1 miljoen zaadcellen per millimeter moeten worden aangetroffen. Als dit minder is dan 1 miljoen, of als er antistoffen aanwezig zijn waardoor capacitatie niet op kan treden, kan er ICSI worden geprobeerd. Hierbij wordt een geselecteerde zaadcel direct in de eicel gebracht.

Als er geen afwijkingen op de bovenstaande punten zijn gevonden, beschikt de man over een goede spermakwaliteit. Grote kans dat je partner dan de diagnaose normozoöspermie krijgt.

Lees ook: 7x dit wist je nog niet over sperma

 

Bron: Freya.nl

Reageer op artikel:
Super-sperma of traag zaad: zo wordt de spermakwaliteit bepaald
Sluiten