Kunstmatige inseminatie met donorzaad (KID)

Kunstmatige inseminatie met donorzaad (KID)

Niet in alle gevallen gaat het kinderen krijgen zo gemakkelijk als werd gehoopt. Wanneer het aan zijn zwemmers ligt, kan kunstmatige inseminatie met donorzaad de zwangerschapswens alsnog in vervulling doen gaan. Ook voor alleenstaande vrouwen, mannen met erfelijke ziektes en lesbische koppels met een kindwens biedt KID uitkomst.

Niet alleen wanneer de man met vruchtbaarheidsproblemen worstelt, kan kunstmatige inseminatie met donorzaad, ook wel KID genoemd, uitkomst bieden. Ook lesbische koppels en alleenstaande vrouwen met een kinderwens hebben dankzij KID de mogelijkheid een kind te krijgen. Daarnaast wordt KID bijvoorbeeld toegepast wanneer er bij de man erfelijke ziektes in de familie zitten.

Anoniem zaad

KID werkt eigenlijk hetzelfde als ‘normale’ kunstmatige inseminatie, met als enige verschil dat er nu gebruik wordt gemaakt van sperma van een donor. Dit kan anoniem zaad zijn, van bijvoorbeeld de spermabank; maar in veel gevallen gaat het om een bekende donor, zoals een broer, goede vriend of zwager.

De spermabank

Als voor een spermabank gekozen wordt, zoekt deze een donor die uiterlijk zoveel mogelijk overeenkomt met de wensvader. Bij enkele spermabanken kon in het verleden gekozen worden tussen een anonieme donor of een identificeerbare donor. Sinds 2004 is de ‘Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting' echter van kracht. Sindsdien is het niet langer mogelijk voor donoren om anoniem te blijven. Als een bevruchting heeft plaatsgevonden met donorzaad, moet de behandelende kliniek bepaalde gegevens van de donor verstrekken aan de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting. Daar komen de gegevens in een database te staan. Op verzoek van een kind, ouder of arts kan de Stichting bepaalde gegevens vrijgeven. Een paar kan ook zelf een man uit de eigen omgeving vragen om op te treden als donor. Het voordeel hiervan is dat al veel bekend is over bepaalde kenmerken van de donor, zoals karakter, uiterlijk en gezondheid. Een nadeel kan zijn dat de donor over de schouders van de opvoeders meekijkt. Er kan voor de donor een dubbelrol ontstaan; de donor is bijvoorbeeld naast oom of opa ook de biologische vader van het kind.

Wanneer insemineren?

De inseminatie moet plaatsvinden rond het tijdstip van de ovulatie (eisprong). Om het juiste moment van de inseminatie vast te stellen, moet de vrouw haar temperatuur al enkele maanden bijgehouden hebben. Een andere manier om de vruchtbare periode vast te stellen, is het gebruik van ovulatietesten. Daarnaast kan de arts door middel van een inwendige echoscopie controleren of er een rijpe eicel in de eierstok aanwezig is. Als de vrouw een onregelmatige cyclus heeft of (wellicht) niet ovuleert, wordt met behulp van een hormoonpreparaat de cyclus geregeld.

Geschreven door: Annewien