Verminderde vruchtbaarheid bij hem

Verminderde vruchtbaarheid bij hem

Bij ongeveer 30% van de stellen waarbij het zwanger worden niet wil lukken, blijkt dit te komen door een verminderde vruchtbaarheid van de man. Gelukkig is er bij mannen vrijwel nooit sprake van algehele onvruchtbaarheid, maar meestal van een (tijdelijke) verminderde vruchtbaarheid. Er zijn verschillende onderzoeksmogelijkheden om dit vast te stellen. En de medische wetenschap is inmiddels zo ver ontwikkeld dat er allerlei behandelmethoden zijn als hij verminderd vruchtbaar is.

Basis-biologie

Voor we dieper ingaan op eventuele behandelmethoden, is het belangrijk te begrijpen hoe het mannelijk lichaam werkt. Tijd voor een verkorte biologieles dus. Bij de geboorte van een jongen zijn de geslachtscellen, oftewel de spermatiden, al aanwezig. Vanaf de puberteit neemt dit aantal door celdeling toe. Ze ontwikkelen zich tot spermatozoa (de zaadcellen) in een continu rijpingsproces van ongeveer 75 dagen.

Een normale bevruchting

Na de zaadlozing moeten de zaadcellen een weg van twaalf tot zeventien cm afleggen, vanaf de baarmoedermond, via de baarmoederhals, baarmoeder en eileider naar de vrije buikholte. Spermacellen blijven normaal ongeveer 48 uur in leven. Het transport van de zaadcellen wordt vergemakkelijkt door het baarmoederhalsslijm (cervixslijm) dat in de meest vruchtbare periode van de maand erg spermavriendelijk is. In dit baarmoederhalsslijm worden de zaadcellen biochemisch veranderd, een verandering die noodzakelijk is om de eicel te kunnen bevruchten. Wanneer een zaadcel binnen de wolk steuncellen rondom de eicel treedt, vindt de zogenaamde acrosoomreactie plaats. Dit is een versmelting van van membranen op de kop van de zaadcel, waardoor enzymen vrijkomen die nodig zijn om de buitenste wand van de eicel te doordringen. Met behulp van deze enzymen boort de zaadcel zich door de harde wand van de eicel. Door het versmelten van de mannelijke en de vrouwelijke kern ontstaat de zygote. Hieruit ontwikkelt zich het embryo.

Als er iets mis is

Verminderde mannelijke vruchtbaarheid wordt vaak veroorzaakt omdat de beweeglijkheid en de vorm van de zaadcellen (de kwaliteit) niet optimaal is, waardoor de eicel niet op tijd wordt bereikt. Vaak komt dit door een storing in de spermaproductie, iets waarvan de oorzaak niet altijd te achterhalen is. Soms ligt het ook aan de kwantiteit (hoeveelheid) van de goede zaadcellen. Mogelijke oorzaken voor een kwaliteits- of – kwantiteitsprobleem kunnen bijvoorbeeld ontstekingen in de zaad- of de bijballen zijn (bijvoorbeeld wanneer hij vroeger de bof heeft gehad), een operatie omdat de teelballen niet volledig waren ingedaald of chemotherapie.
Ook kan het voorkomen dat het zaad er volgens de uitslag van een zaadonderzoek 'normaal' uitziet, maar dat het geen bevruchtend vermogen heeft. De reden is dan niet altijd duidelijk. Daarnaast kan het zijn dat het sperma zijn bewegend vermogen verliest door de aanwezigheid van antistoffen op de spermacellen. Hierdoor maken de zaadcellen – letterlijk – pas op de plaats en kunnen ze niet bij de eicel komen. Tenslotte kan erfelijkheid nog een rol spelen bij een verminderde vruchtbaarheid. Bloedonderzoek kan daar duidelijkheid over geven.

Ook van invloed op de zaadkwaliteit:

  • Overmatig alcoholgebruik (meer dan twee glazen per dag).
  • Roken en het gebruik van drugs.
  • Een te hoge temperatuur in de zaadballen (door bijvoorbeeld het dragen van te strakke onderbroeken, een zittend beroep of een spatader in de balzak of te veelvuldig saunabezoek).
  • Te vaak klaarkomen (meerdere keren per dag) vermindert het aantal zaadcellen per ejaculatie, eens in de drie tot vijf dagen geeft een optimale hoeveelheid zaadcellen.
  • Te weinig klaarkomen.
  • Het werken met chemische of radio-actieve stoffen, bestrijdingsmiddelen, lood, ioniserende straling (bijv. röntgen) kan net als medicijngebruik, van invloed zijn op de zaadkwaliteit.
  • Stress.
  • Te weinig vitamine C in de voeding.

Volledige onvruchtbaarheid

Het kan ook voorkomen dat er sprake is van algehele onvruchtbaarheid omdat er geen zaadleiders zijn. Een mogelijke oorzaak hiervan is dat de man een aangeboren afwijking heeft of drager is van een erfelijke ziekte als CF (cystic fybrosis, taaislijmziekte). Nader bloedonderzoek kan meer informatie verschaffen over de risico's voor een kind. De zaadleiders kunnen ook verstopt zijn geraakt door bijvoorbeeld een ziekte. Een andere groep krijgt met vruchtbaarheidsbehandelingen te maken nadat men spijt krijgt van een sterilisatie. Tot slot kunnen ejaculatiestoornissen, als gevolg van bijvoorbeeld impotentie, gedeeltelijke of totale onvruchtbaarheid veroorzaken.

Geschreven door: Redactie