Standaardonderzoeken bij hem

Standaardonderzoeken bij hem

Het belangrijkste en meest veelzeggende onderzoek om te kunnen zien of een man verminderd vruchtbaar of zelfs onvruchtbaar is, is het zaadonderzoek. Bij zo’n onderzoek wordt gekeken naar de kwaliteit en de kwantiteit van de zaadcellen.

Voor een zaadonderzoek moet de man een zaadmonster inleveren bij het ziekenhuis. Hij mag drie tot vijf dagen vóór het inleveren geen zaadlozing hebben gehad. Na masturbatie moet hij het zaadmonster in binnen twee uur in het daarvoor bestemde potje bij het zieknhuis inleveren. Het zaadmonster moet op het lichaam worden vervoerd (bijv. in de broekzak) om afkoeling te voorkomen. In sommige gevallen heeft het ziekenhuis een zogenoemd ‘herenkamertje’, waar de man op locatie kan masturberen. Als bij een eerste sperma-onderzoek een slechte zaadkwaliteit wordt aangetroffen, wordt het zaadonderzoek herhaald om te kijken of er sprake was van toeval of van een structureel probleem. In het algemeen geldt dat de kwaliteit van het zaad van elke man sterk kan verschillen per keer.

Het onderzoek

Het zaad wordt getest op aantal spermacellen, hun beweeglijkheid en vorm. Ook wordt gekeken naar de hoeveelheid vloeistof (semen) en de zuurgraad (pH-waarde). Bij verminderde zaadkwaliteit gaat het vaak om een combinatie van een verminderd aantal zaadcellen, afwijkende vorm en slechte beweeglijkheid (oligo-astheno-teratozoöspermie).

Aantal

Normaal komen er gemiddeld bij een zaadlozing 100 tot 200 miljoen zaadcellen in totaal vrij. Een man wordt verminderd vruchtbaar genoemd als er minder dan 20 miljoen spermacellen per ml. ejaculaat (zaadlozing) worden aangetroffen. 'Normaal' is een ejaculaat van 20 tot 50 miljoen per ml. spermacellen. Er is sprake van een ernstige zaadafwijking als er minder dan 10 miljoen zaadcellen per ml. worden gevonden. Een lager aantal spermacellen dan normaal, wordt oligozoöspermie genoemd. Als er herhaaldelijk helemaal geen zaadcellen worden gevonden spreekt men van azoöspermie.

Beweeglijkheid

De beweeglijkheid (motiliteit) van het sperma zegt iets over de kans dat het sperma op eigen kracht naar de eicel in de eileider toe kan zwemmen. Motiliteit blijkt een zeer belangrijke waarde te zijn van zaadkwaliteit. 'Normaal' is wanneer tenminste 50% van de zaadcellen beweegt waarvan 25% goed, dus vooruit, beweegt. De beweeglijkheid is optimaal bij een temperatuur van 37 °C (= lichaamstemperatuur). Een motiliteit van minder dan 25% vooruitbewegende zaadcellen wordt asthenozoö spermie genoemd.

Vorm

Bij elke man komen zaadcellen met een afwijkende vorm voor. Als meer dan 70% van de zaadcellen qua vorm (morfologie) afwijkt van het normale beeld, spreekt men van teratozoöspermie. Er is geen verband tussen teratozoöspermie van de vader en het voorkomen van erfelijke afwijkingen bij zijn kind.

Hoeveelheid

De hoeveelheid vocht (het volume van het semen) is normaliter tussen de 2 en 5 ml per ejaculaat. Een laag volume kan wijzen op problemen bij de productie of het niet goed kunnen ejaculeren (retrograde ejaculatie in de richting van de blaas). Dit laatste kan vastgesteld worden door urine-onderzoek; er worden dan zaadcellen aangetroffen in de urine.

Zuurgraad

Een lage zuurgraad (pH-waarde kleiner dan 7, dus te zuur semen) wordt vaak aangetroffen in combinatie met een gering volume en azoöspermie. Veelal zijn de zaadleiders dan geblokkeerd of volledig afwezig.

Verder onderzoek

In veel ziekenhuizen onderzoekt men de man zelf alleen als bij het zaadonderzoek afwijkingen worden gevonden. Er wordt gevraagd naar ziektes, operaties, gebruik van geneesmiddelen en naar de seksuele ontwikkeling (potentie, techniek en frequentie van de coïtus, eventuele pijn bij het vrijen). Vervolgens worden de lengte, het gewicht en de bloeddruk van de man gemeten. De arts let ook op de uiterlijke verschijning (postuur, beharing), afwijkingen van het normale patroon kunnen namelijk wijzen op een verstoorde hormoonhuishouding. Daarna kunnen de uitwendige geslachtsorganen worden onderzocht, het andrologisch onderzoek. De arts bekijkt de penis en voelt aan de balzak, dit laatste om zeker te weten dat de ballen (testes) zijn ingedaald en na te gaan gaan of er geen ontstekingen of spataderkluwen aanwezig zijn. Tot slot kan de prostaat met een vinger via de anus worden afgetast.

Als er na aanleiding van het spermaonderzoek en het lichamelijke onderzoek indicatie voor is, zullen er in overleg met de gynaecoloog of deskundige verdere onderzoeken plaatsvinden.

Wanneer je meer wilt weten over onvruchtbaarheid, behandelmethoden of wanneer je op zoek bent naar lotgenotencontact, bezoek dan eens freya.nl, de patiëntenvereniging voor vruchtbaarheidsproblematiek.

Geschreven door: Redactie