Buitenbaarmoederlijke zwangerschap

Buitenbaarmoederlijke zwangerschap

Niet alle zwangerschappen verlopen voorspoedig. Zo komt het wel eens voor dat een eitje wel bevrucht is, maar zich buiten de baarmoeder bevindt, bijvoorbeeld in een van de eileiders. Dit noemen we een buitenbaarmoederlijke zwangerschap.

We spreken van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap wanneer de bevruchte eicel zich, in plaats van in de baarmoeder, innestelt op een andere plek. Buitenbaarmoederlijke zwangerschappen, met een medische term EUG genoemd (Extra=buiten, Uterus=baarmoeder, Graviditeit=zwangerschap),  kunnen zich voordoen in de eileiders, de eierstokken, de baarmoederhals of in de buikholte. Ongeveer één op de honderd zwangerschappen blijkt een buitenbaarmoederlijke te zijn.

Hoe komt het?

Wanneer in de uren na de eisprong er een bevruchting plaatsvindt, begint de bevruchte eicel de gang naar de baarmoeder. Trilharen in de eileiders stuwen de bevruchte eicel voort. Tijdens dit transport begint de bevruchte eicel al met delen. Eenmaal aangekomen in de baarmoeder, nestelt het eitje zich in. Wanneer er iets tijdens dit transport hapert, zal het eitje de tocht naar de baarmoeder niet kunnen volbrengen en zich innestelen waar het op dat moment is. In bijna alle gevallen vindt bij een buitenbaarmoederlijke zwangerschap de innesteling plaats in een eileider. Gevaarlijk, want als als de zwangerschap te ver vordert, kan de eileider barsten.
De hapering in het transport kan veel oorzaken hebben. Een (oude) eileiderontsteking is de belangrijkste. Vaak wordt zo’n ontsteking veroorzaakt door een chlamydia-infectie. Chlamydia kan een ontsteking van de vrouwelijke geslachtsorganen (waaronder de eileiders) veroorzaken, die weer een verstopping of verklevingen tot gevolg kan hebben, waar de eicel in kan blijven 'hangen'. Ook endometriose kan een slechte doorgang veroorzaken. Ook een spiraaltje vergroot de kans op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap.

Symptomen

De symptomen van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap zijn wisselend. Ze doen zich doorgaans voor rond de zesde tot tiende week van je zwangerschap. Je kunt misselijk zijn, met de neiging tot flauwvallen, een lichte vaginale bloeding hebben, alsmaar het gevoel hebben dat je naar het toilet moet of pijn hebben in de onderbuik, eventueel uitstralend naar je schouder. Hoewel deze verschijnselen niet altijd duiden op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap – misselijkheid in de eerste drie maanden is bijvoorbeeld niet altijd reden voor ongerustheid -, is het wel verstandig om er voor de zekerheid even mee naar je arts te gaan. Wanneer deze verschijnselen zich voordoen, kan er sprake zijn van een subacute vorm van de buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Vaak kan de eileider in dit stadium nog worden gered. Deze kan behandeld worden door het embryo in te spuiten met een bepaalde stof waardoor het afsterft en opnieuw geabsorbeerd wordt. De diagnose kan vaak definitief worden gesteld door het maken van een echo. Bij twijfel zal middels een kijkoperatie duidelijk moeten worden of er sprake is van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap.

Acute vorm

De acute vorm van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap ontstaat wanneer de eileider barst onder druk van het embryo. Dit gaat gepaard met hevige pijn en shockverschijnselen, zoals een bloeddrukdaling, bleke huid en snelle pols. Dit moet direct behandeld worden in het ziekenhuis. Het embryo wordt dan tijdens een spoedoperatie verwijderd, waarbij vaak ook de eileider moet worden weggehaald en een bloedtransfusie nodig kan zijn. In extreme gevallen moet soms de eierstok ook worden verwijderd.

Weer zwanger worden

Na een buitenbaarmoederlijke zwangerschap wordt bijna 60 procent van de vrouwen weer zwanger. Zo’n 30 procent wil niet meer zwanger worden uit angst dat het nog een keer gebeurt. Heb je eerder een buitenbaarmoederlijke zwangerschap gehad, dan is er namelijk een kans van ongeveer 12 procent op herhaling. 10 procent van de vrouwen met een buitenbaarmoederlijke zwangerschap achter de rug wordt onvruchtbaar. Wanneer je een buitenbaarmoederlijke zwangerschap achter de rug hebt en je bent weer zwanger, moet je dat melden aan de verloskundige of gynaecoloog. Deze zullen dan extra op je letten.