Zwangerschapsdiabetes

Zwangerschapsdiabetes

Hoewel zwangerschapsdiabetes slechts bij 1 à 2 procent van de zwangeren voorkomt, is het toch verstandig om er even bij stil te staan. Wat zijn de risico’s? En is zwangerschapsdiabetes te voorkomen?

Zwangerschapsdiabetes komt meestal in de tweede helft van je zwangerschap aan het licht. De symptomen zijn meestal vaag, zoals veel dorst en veel plassen. Zaken die zich tijdens je zwangerschap vaak toch al voordoen.

Oorzaak

Zwangerschapsdiabetes kan ontstaan omdat de zwangerschapshormonen de werking van insuline – het hormoon dat de suikerspiegel regelt – afremmen. Normaal gesproken vangt je lichaam dit op door uit zichzelf meer insuline aan te maken. Bij zwangerschapsdiabetes gebeurt dit niet (genoeg). Daardoor wordt het glucosegehalte in je bloed te hoog. Dit teveel aan glucose wordt meestal ontdekt tijdens een urine-onderzoek door de verloskundige. Zeker wanneer je onderstaande risicofactoren bij jou van toepassing zijn, zal zij daar extra alert op zijn.

Risicofactoren

Je hebt een grotere kans op zwangerschapsdiabetes als:

  • er diabetes in je familie voorkomt
  • je al een groot kind [meer dan 4 kilo] hebt gekregen
  • je bij een eerdere zwangerschap ook zwangerschapdiabetes hebt gehad
  • je last hebt van overgewicht
  • je ouder bent dan 35
  • je een hogere bloeddruk hebt
  • je eerder een miskraam hebt gehad

Maar ook als al deze zaken niet op jou van toepassing zijn, kun je alsnog last krijgen van zwangerschapsdiabetes. Als je een verhoogd risico loopt, zal de verloskundige na de 24e week twee tot drie keer in je zwangerschap je bloedglucosespiegel (laten) bepalen. 

Plan van aanpak

Wanneer er bij jou zwangerschapsdiabetes is vastgesteld, vaak is daar extra onderzoek voor nodig, word je in eerste instantie op dieet gezet. In plaats van drie grote maaltijden op een dag, zul je verspreid over de dag een paar kleinere maaltijden moeten eten. Vooraf wordt bepaald hoeveel koolhydraten je mag hebben. ‘Snelle’ koolhydraten – chocola, snoep, koek – zul je helaas van je menu moeten schrappen. Vaak is een dieet genoeg om te voorkomen dat de diabetes zich verder ontwikkelt en jij of je baby schade oplopen. Maar soms is een dieet niet voldoende om de diabetes onder controle te houden. Dan zul je doorverwezen worden naar een gynaecoloog. Hij zal jou en je kindje extra in de gaten houden en injecties met insuline voorschrijven.

Gevolgen

Zwangerschapsdiabetes zorgt voor een te sterke groei van de baby. De baby heeft simpelweg meer vet, een grotere placenta en meer vruchtwater. Met alle gevolgen van dien. Vanwege het tekort aan ruimte kan de baby bijvoorbeeld te vroeg geboren worden. Ook is de kans dat hij tijdens de bevalling klem komt te zitten – en daarbij bijvoorbeeld zijn schouder ontwricht – groter. Daarom is er ook een verhoogde kans op een keizersnede. Ook de kans dat de longen minder gerijpt zijn, is voor kinderen van moeders met diabetes groter. Bij sterke schommelingen in de bloedglucosespiegel verloopt de rijping namelijk langzamer.

Na de geboorte

Dankzij zijn extra babyvet ziet je kindje er gezonder uit dan hij in werkelijkheid is. Omdat je baby in de baarmoeder gewend is aan veel glucose, produceert zijn lichaam na de geboorte nog veel insuline om te zorgen dat de bloedglucose daalt. Als de baby na de geboorte niet meer zoveel glucose krijgt aangevoerd, kan hij een te laag bloedglucosegehalte krijgen. Dat kan schadelijk zijn. De eerste 24 uur zal je kindje dus grondig worden gecontroleerd, totdat de bloedglucose stabiel is. Door de zwangerschapsdiabetes heeft je baby helaas een verhoogde kans op het ontwikkelen van diabetes op latere leeftijd.

Blijvend?

Bij de meeste vrouwen verdwijnt zwangerschapsdiabetes binnen 24 uur na de bevalling. Ongeveer zes weken na de bevalling wordt voor de zekerheid het bloedglucosegehalte nog een keer gecontroleerd om uit te sluiten dat het om ‘blijvende’ diabetes gaat.  Bij ongeveer 6 procent van de vrouwen is dit helaas het geval. Ook als bij jou de diabetes verdwenen is,  is het verstandig om in de toekomst – bijvoorbeeld bij een volgende zwangerschap - je bloedsuikerspiegel in de gaten te (laten) houden. Ook bij jou is de kans op het ontwikkelen van diabetes op latere leeftijd verhoogd.

Geschreven door: Redactie